Betere zorg begint met de vraag: wat kunnen we van onze resultaten leren?
Hoe maak je goede zorg nóg beter? In het Catharina Hart- en Vaatcentrum gebeurt dat door behandelresultaten structureel te analyseren en te bespreken. Die aanpak leidt tot concrete verbeteringen die patiënten merken in hun behandeling en herstel.
Waarom moet een patiënt soms opnieuw worden behandeld? Waarom ligt de ene patiënt langer in het ziekenhuis dan de andere? En hoe weet je eigenlijk of een nieuwe werkwijze écht beter is?
Achter iedere behandeling schuilt een schat aan gegevens. Van complicaties en herbehandelingen tot opnameduur en herstel: het Catharina Hart- en Vaatcentrum verzamelt en analyseert grote hoeveelheden data om de kwaliteit van zorg te volgen. Toch vertellen die cijfers volgens cardioloog in opleiding Gijs van Steenbergen en projectleider kwaliteit Daniela Schulz nooit het hele verhaal. “Ook al heb je uiteindelijk een grafiek voor je, daar heb je nog niets aan. Je moet de resultaten samen bespreken, verder onderzoeken en blijven volgen.”
Achter de verbeteringen staat een vaste werkwijze. Iedere maand komt de Commissie Kwaliteit van het Catharina Hart- en Vaatcentrum bijeen. Artsen, onderzoekers, kwaliteitsdeskundigen en managers bespreken er grote hoeveelheden gegevens over behandelingen en behandeluitkomsten.
Nadat we het behandelprotocol hadden aangepast, zagen we het aantal herbehandelingen weer dalen
Een grafiek roept vooral vragen op
Zij zoeken naar verklaringen voor opvallende resultaten en bepalen welke onderwerpen verder onderzocht moeten worden. Als daaruit verbeterpunten naar voren komen, worden die in de praktijk doorgevoerd. Daarna wordt opnieuw gekeken of de verandering het gewenste effect heeft.
Een voorbeeld uit de praktijk laat zien waarom dat nodig is. Bij patiënten die werden behandeld voor een hartritmestoornis zagen de artsen dat steeds meer mensen opnieuw behandeld moesten worden. De cijfers maakten duidelijk dát er iets veranderde, maar niet waardoor.
“Dan begint het echte werk pas”, zegt Van Steenbergen. “We doken de dossiers in, vergeleken behandelingen en bespraken de uitkomsten uitgebreid met elkaar. Uiteindelijk bleek een eerdere, kleine aanpassing van de behandeling waarschijnlijk een rol te spelen. Nadat we het behandelprotocol hadden aangepast, zagen we het aantal herbehandelingen weer dalen.”
Niet iedere opvallende uitkomst heeft overigens een duidelijke verklaring. Soms blijken verschillen toeval of verdwijnen ze vanzelf weer. Juist daarom is het volgens Schulz belangrijk om niet te snel conclusies te trekken. “Je kunt een grafiek niet afvinken en weer doorgaan. Je moet blijven monitoren en steeds opnieuw bekijken wat de cijfers betekenen.”

Niet beoordelen, maar verbeteren
In de maandelijkse kwaliteitsbesprekingen worden tientallen uitkomsten bekeken. Van complicaties en herbehandelingen tot opnameduur en het aantal bezoeken aan de polikliniek.
Opvallende uitkomsten leiden niet automatisch tot een oordeel over een arts of behandelteam. “Er is hier een veilige cultuur”, vertelt Van Steenbergen. “We bespreken de resultaten juist met elkaar om ervan te leren. Het is geen verwijtende cultuur, maar een gezamenlijke zoektocht naar hoe we de zorg verder kunnen verbeteren.”
Dat vraagt tijd. Niet alleen voor de maandelijkse bijeenkomsten, maar ook voor aanvullend onderzoek, analyses en het doorvoeren van verbeteringen. Daarna begint de cyclus opnieuw: werkt de verandering zoals bedoeld of is bijsturen nodig?
Kunnen mensen sneller naar huis? Zijn er minder ziekenhuisbezoeken nodig? Kunnen we onnodige onderzoeken voorkomen?
Wat merkt de patiënt daarvan?
Volgens Schulz zit de winst uiteindelijk niet in mooiere grafieken, maar in betere zorg. “Steeds vaker kijken we niet alleen naar medische uitkomsten, maar ook naar andere zaken die voor patiënten heel belangrijk zijn. Kunnen mensen sneller naar huis? Zijn er minder ziekenhuisbezoeken nodig? Kunnen we onnodige onderzoeken voorkomen?”
Dat leidt tot heel verschillende verbeteringen. Drie voorbeelden: patiënten hoeven na een openhartoperatie voortaan één longfoto minder te laten maken. Dat scheelt een extra onderzoek, voorkomt onnodig verplaatsen na een ingrijpende operatie en maakt het hersteltraject minder belastend.
Ook bij patiënten die een ablatie (een behandeling bij hartritmestoornissen) ondergaan, zijn verbeteringen doorgevoerd. Dankzij een hulpmiddel dat het prikgaatje in de lies direct sluit, hoeven zij nog maar twee uur plat te liggen in plaats van zes uur. Dat betekent minder pijn en misselijkheid, een comfortabeler herstel en het betekent dat mensen die later op de dag behandeld worden, óók vaak dezelfde dag nog naar huis kunnen, in tegenstelling tot eerder. Bovendien duurt de ingreep gemiddeld tien minuten korter, waardoor meer patiënten kunnen worden behandeld en de wachttijd afneemt.
Daarnaast keek het Hart- en Vaatcentrum kritisch naar de voorbereiding van openhartoperaties. Patiënten kregen soms al antistollingsmedicatie terwijl nog niet zeker was wanneer zij geopereerd zouden worden. Daardoor moest een operatie regelmatig enkele dagen worden uitgesteld. Door die medicatie pas te starten wanneer dat echt nodig is, kunnen patiënten vaak sneller worden geopereerd en zijn zij eerder weer thuis.
Blijven leren
Het Catharina Hart- en Vaatcentrum vergelijkt zijn resultaten voortdurend met die van andere hartcentra in Nederland. Wanneer een ander ziekenhuis opvallend goede resultaten behaalt, wordt gekeken wat daarvan geleerd kan worden. Andersom delen onze specialisten ook hun eigen ervaringen.
Want uiteindelijk draait het volgens Van Steenbergen en Schulz niet om de cijfers zelf. “Ons doel is om iedere patiënt de best mogelijke zorg te geven. Data helpen ons daarbij, maar alleen als je de tijd neemt om ze samen te begrijpen en te vertalen naar verbeteringen in de dagelijkse praktijk.”
| Dit project is onderdeel van het Waardegedreven zorg-programma van het Catharina Ziekenhuis. Binnen dit programma worden 20 verschillende aandoeningen onder de loep genomen om te onderzoeken waar we de zorg voor patiënten echt kunnen verbeteren. Waardegedreven zorg is een benadering die de kwaliteit van zorg meet aan de hand van de uitkomsten die er écht toe doen voor onze patiënten. We meten en streven naar verbeteringen op belangrijke gebieden, zoals kwaliteit van leven, overleving, opnameduur, pijnervaring, complicaties en heropnames. |