‘Je komt het verst als je het samen doet’

Verpleegkundigen en artsen zijn twee kanten van dezelfde zorgmedaille. Hoewel het werk inhoudelijk en fysiek sterk verschilt, kunnen ze niet zonder elkaars inbreng. Specialisten Selma Lavrijsen (Kindergeneeskunde) en Arnoud Aldenkamp (Longgeneeskunde) vertellen hoe zij die samenwerking met verpleegkundigen zien en ervaren.

Van elkaar leren
Arnoud: “De verhouding arts-verpleegkundige verandert in de loop van je carrière. In het begin leer je als arts heel veel van verpleegkundigen. Met name op de IC, de SEH en Hartbewaking hebben de verpleegkundigen heel veel specialistische kennis. Ze houden je ook wel een beetje in de gaten, denk ik. In de loop van je carrière verschuift het wat.”
Selma: “Ik ben opleider van de arts-assistenten bij ons. Ik zeg ook regelmatig dat ze vooral naar de verpleegkundigen moeten luisteren. Een ervaren verpleegkundige weet precies of een kind ziek is, of niet. Dan kun je wel handelen volgens het boekje, maar als de verpleegkundige je vervolgens aankijkt met zo’n blik van ‘dat lijkt me niet zo’n goed idee’, dan hebben ze meestal gelijk.”
Arnoud: “Bij de kijkonderzoeken die we doen, letten de verpleegkundigen ook altijd heel goed op de patiënt. Dan word je door de verpleegkundige op de vingers getikt: ‘let op, de patiënt vindt het te zwaar, we gaan stoppen.’ Als arts heb je soms de neiging iets teveel in op te gaan in de technische kant. De menselijke kant moet je leren ervaren, verpleegkundigen nemen je daar in mee.”

Handen en ogen
Arnoud: “Verpleegkundigen zijn voor mij heel belangrijk. Als ik visite loop zijn zij mijn handen en ogen. Zij weten hoe het met de patiënt gaat. Die informatie haal je deels uit cijfers en het dossier, maar de verpleegkundige weet hoe het echt gaat.”

Selma: “Als het om de voeding van kinderen draait, zeggen wij volgens het protocol vaak ‘een beetje meer’ of ‘een beetje minder’. Maar dan heb je regelmatig verpleegkundigen die precies kunnen zeggen waarom we juist bij dit kind van het protocol moeten afwijken. En het bijzondere is dat ze meestal gelijk hebben. Want als je eigenwijs bent en je doet het toch volgens de regels, dan denk je een dag later vaak: ‘Mwah, we hadden het misschien beter anders kunnen doen’.”

Arnoud: “Soms zijn cijfers van een patiënt niet best, maar gaat het toch goed, of andersom. Op basis van wat de verpleegkundigen waarnemen bepaal je wat je doet.”
Selma: “Toen ik in nog Utrecht werkte was er een verpleegkundige op de Intensive Care en die had het altijd goed. Een ouwe rot in het vak. Ze kon behoorlijk op ons mopperen, maar ze wist altijd precies wat de patiënt nodig had. Als zij belde met de vraag ‘je moet nu komen, de patiënt is ziek’, dan liet ik mijn eten staan en dan ging ik meteen kijken.”

Ontwikkelen
Selma: “Ik denk dat het goed is dat verpleegkundigen zich in ons ziekenhuis steeds beter kunnen ontwikkelen. Vroeger had je een aantal goeie verpleegkundigen en die raakte je dan vervolgens allemaal kwijt aan de IC, de SEH en de ambulance. Maar ik denk dat als je de verpleegkundigen veel meer autonomie geeft en veel meer in hun kracht zet, dat je ze dan ook veel meer aan boord kunt houden.”

Arnoud: “Ik merk bij grote projecten dat het heel belangrijk is om dat samen te doen met verpleegkundigen. We zijn nu bezig met een project om COPD patiënten beter in kaart te brengen en dat doen we heel erg samen met de verpleegkundigen. Daar hebben zij een heel belangrijke rol in.”

Selma: “Bij ons heb je een aantal kinderoncologie verpleegkundigen, die opgeleid zijn in samenwerking met het Prinses Maxima Centrum in Utrecht, die weten bijna net zoveel over de oncologische patiëntjes als ik. Dat is een genot om mee samen te werken, dat merk je echt.”

Arnoud: “We moeten er overigens wel voor waken dat verpleegkundigen op den duur niet vastlopen in administratie en computersystemen. Ze moeten zoveel bijhouden. Ik hoop wel dat er in de toekomst ruimte blijft voor aandacht en een hand aan het bed.”

Zwaarste beroep
Selma: “Verpleegkundige is het zwaarste beroep. Zij moeten fysiek veel harder werken. Al zijn hun uren wel meer afgebakend dan bij ons.”
Arnoud: “Bij de arts ligt meer de verantwoordelijkheid op kennisniveau. Maar de verpleegkundige staat veel dichter bij de patiënt. Die maken mee wat de patiënt meemaakt, de emoties, de familie. Zij maken alles veel intenser en intensiever mee.  Fysiek is het natuurlijk ook zwaarder. Ik pak weleens een stethoscoop op, maar zij tillen veel meer.”

Corona
Arnoud: “Tijdens de coronaperiode heb ik weer extra veel respect gekregen voor de verpleegkundigen. Voor hen was het zwaar en heftig. Voor de artsen was het echt anders. Elke keer omkleden in volledige bescherming. Knap hoe iedereen daar mee om is gegaan. De waardering moet echt bij de verpleegkundigen liggen. Daar ben ik deze periode weer achter gekomen.”
Selma: “Op de Kinderafdeling hebben we een veel minder heftig jaar gehad. Kinderen worden veel minder ziek. Het was ook relatief rustig omdat de normale virussen er niet waren. Dan gaat het wel een beetje wringen, omdat je toch je bijdrage wilt leveren. We zijn allemaal doeners tenslotte.”

Conclusie
Selma: “Ik denk vooral dat je het verst komt en het fijnst werkt als we het samen doen. Dan mag er best af en toe discussie zijn en mogen er kritische vragen worden gesteld. Maar zolang we het gevoel hebben dat we het samen doen en dat het niet ‘Wij-Zij’ is, dan heb je volgens mij het meest effectieve podium om op te werken.”
Arnoud: “Eens. En nogmaals dank voor de enorme inzet van het afgelopen jaar.”

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden