Nieuwe online tool verbetert behandeling voor patiënt met etalagebenen

Onderzoekers van het Catharina Ziekenhuis hebben een voorspellingsmodel ontwikkeld om patiënten met claudicatio Intermittens – in de volksmond etalagebenen genoemd – nog beter te behandelen. “Het geeft fysio- en oefentherapeuten  mogelijkheden om realistischere behandeldoelen te stellen en het behandelplan aan te passen aan de maximaal te halen doelen”, aldus onderzoeker Anneroos Sinnige, die op woensdag 7 september op dit onderwerp promoveert aan Maastricht University.

“We willen af van de traditionele one-size-fits-all richtlijnaanbevelingen”, zegt Sinnige. Zo voorspelt het online hulpmiddel de uitkomst van de therapie voor een specifieke patiënt op basis van verschillende factoren, zoals leeftijd, BMI en wel/niet roken.

Onderzoekster Anneroos Sinnige: “We willen af van de traditionele one-size-fits-all richtlijnaanbevelingen.”

Winkeletalage

Claudicatio Intermittens is een chronische ziekte die voornamelijk wordt veroorzaakt door slagaderverkalking in de benen. Door de verkalking ontstaan er vernauwingen die de bloedstroom belemmeren. Patiënten hebben tijdens het lopen vaak kramp en pijn in de been- en/of heupspieren. Wereldwijd hebben meer dan 200 miljoen mensen deze ziekte. Dat aantal zal door de vergrijzing en toenemend ongezond gedrag nog verder stijgen, zo is de verwachting. Patiënten proberen de pijn soms te verbergen door stil te staan en net te doen alsof ze in een winkeletalage aan het kijken zijn. Vandaar dat deze ziekte in de volksmond ook wel etalagebenen wordt genoemd.

Speciaal opgeleide specialisten

Patiënten met etalagebenen worden in eerste instantie doorverwezen naar een speciaal opgeleide fysiotherapeut voor gesuperviseerde beweeg- en leefstijltherapie. Eerder is uit onderzoek van het Catharina Ziekenhuis bewezen dat die therapie net zo effectief is als een dotterbehandeling of omleidingsoperatie in het been. Mede naar aanleiding van die onderzoeksresultaten zijn de richtlijnen voor de behandeling van deze patiënten wereldwijd aangepast.

Op dit moment wordt in Nederland bijna 90 procent van de patiënten volgens die bestaande richtlijn eerst doorgestuurd naar een gesuperviseerde fysiotherapeut. ”Die richtlijn is gebaseerd op grote groepen patiënten met één specifieke aandoening”, verduidelijkt Sinnige. In haar onderzoek heeft ze gekeken of er nog betere zorg op maat mogelijk is. Op basis van dat onderzoek heeft zij het KomPas ontwikkeld.

Motiveren voor therapie

Het online hulpmiddel KomPas maakt het mogelijk om vooraf realistischere behandeldoelen te stellen. “Voordat de behandeling van start gaat, wordt een voorspelling gemaakt op basis van gegevens van vergelijkbare patiënten. Dat geeft fysiotherapeuten een houvast om op basis daarvan  behandelplannen op te stellen en de verwachte uitkomst van de behandeling goed aan de patiënt uit te leggen. Een belangrijk element is ook dat we door middel van  deze persoonlijke voorspellingen en door de daadwerkelijke behaalde resultaten te vergelijken met de gemaakte voorspelling, patiënten kunnen motiveren voor therapie.”

Landelijk uitgerold

KomPas is stapsgewijs uitgerold onder alle therapeuten die aangesloten zijn bij het Chronisch ZorgNet, het landelijk netwerk van gespecialiseerde fysiotherapeuten. Het KomPas wordt op dit moment al gebruikt door meer dan 1200 therapeuten. De data die daarmee wordt verkregen, wordt weer gebruikt voor vervolgonderzoek.

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden