Radiotherapie bij borstkanker (Folder)

Catharina Kanker Instituut Radiotherapie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Radiotherapie bij borstkanker (Folder)

U bent door uw arts verwezen naar de afdeling Radiotherapie voor een bestralingsbehandeling. We gaan u bestralen op uw borst(wand). In deze folder leest u meer informatie over de bestralingen.

Wat houdt bestraling (radiotherapie) in?

Bestraling (radiotherapie) is de behandeling van kanker met straling. Het doel van bestraling is om kankercellen te doden en daarbij gezonde cellen zoveel mogelijk te sparen.

Op welke manier wordt u bestraald?

Bij u is er sprake van uitwendige bestraling. Uw borst(wand) wordt van buitenaf bestraald, door de huid. De uitwendige bestralingen worden uitgevoerd met bestralingstoestellen (lineaire versnellers).

Hoe werkt bestraling?

Bestraling maakt het DNA in de cel kapot. Als het DNA veel schade oploopt, kunnen cellen niet meer delen en gaan ze dood.
Kankercellen zijn gevoeliger voor bestraling dan gezonde cellen. Kankercellen kunnen namelijk minder goed herstellen van de schade van straling dan gezonde cellen.
De bestralingsdosis wordt niet in één keer gegeven, maar in gedeelten (zittingen). Al deze zittingen bij elkaar heten een bestralingsserie. Uw radiotherapeut stelt het aantal zittingen aan het begin van de behandeling vast. De duur van de behandeling zegt niets over de ernst van uw ziekte. U krijgt vijf behandelingen per week.


De eerste keer dat u op de afdeling Radiotherapie komt

Bestraling van de borst

Voor een bestralingsbehandeling moet u meerdere keren naar het ziekenhuis komen. Dit is meestal tussen de 5 en 22 keer, 5 keer per week. Uw bestralingsarts (radiotherapeut) vertelt u hoe vaak u bestraald zult worden. Per persoon kan de behandeling verschillen. Dit hangt onder andere af van de kenmerken van de tumor, uw leeftijd, conditie en het stadium van uw ziekte. De behandeling wordt voor u op maat gemaakt.

Kennismaking met uw radiotherapeut

Voor het gesprek met de radiotherapeut meldt u zich bij de balie van de afdeling Radiotherapie. Bij het eerste gesprek maakt u kennis met uw radiotherapeut.
Uw radiotherapeut bespreekt met u:

  • de behandelmogelijkheden;
  • het doel van de bestraling;
  • het aantal bestralingen;
  • het verloop van de bestraling;
  • de mogelijke bijwerkingen.

Uw radiotherapeut wil ook tijdens uw behandeling weten hoe het met u gaat. Daarom ziet u uw arts regelmatig.

Na het gesprek krijgt u een voorbereidende CT-scan. Deze is nodig om een bestralingsplan te kunnen maken.

Afspraken

Bij de eerste bestraling krijgt u een brief met alle afspraken voor de bestralingen. We verzoeken u deze brief bij iedere afspraak op de afdeling Radiotherapie mee te nemen.

Wie helpen u?

Op de afdeling Radiotherapie werken veel mensen met allerlei verschillende beroepen. Een aantal van hen zult u tegenkomen. Anderen werken vooral op de achtergrond.

De mensen die u tegenkomt zijn:

  • uw radiotherapeut
  • radiotherapeutisch laboranten, zij helpen u tijdens onderzoeken en de bestraling
  • polikliniekassistenten
  • baliemedewerkers
Verhinderd

Kunt u om dringende redenen niet naar uw afspraak komen? Geef dit dan zo snel mogelijk door aan de afdeling Radiotherapie. Wij zijn op werkdagen tijdens kantooruren bereikbaar.


De voorbereidingen op de bestraling

Voordat u kunt beginnen met de bestraling, zijn er een aantal voorbereidingen nodig. Uw radiotherapeut bespreekt deze met u:

  • de bepaling van het gebied met behulp van de CT-scan;
  • de ademhaling bij bestraling van de linkerborst(wand);
  • het bestralingsplan.

Het uitvoeren en controleren van de voorbereidingen en berekeningen kost tijd. Hierdoor begint de bestraling enkele dagen tot een week na het maken van de CT-scan.

Tijdens de voorbereidingen doet u uw schoenen, uw bovenkleding en bh uit. U kunt slippers of pantoffels meenemen als u niet op sokken wilt lopen.

Wat gebeurt er tijdens de CT-scan?

De CT-scan

We maken een CT-scan. De beelden van de CT-scan gebruiken we om een bestralingsplan te maken.

U komt voor het maken van de scan op een tafel te liggen. U ligt op een schuine steun met de armen omhoog. Uw armen en handen worden ondersteund door speciale steuntjes.

CT-scan

Voordat we de CT-scan maken, zetten we kleine tatoeagepuntjes in de huid. Ook tekenen we lijnen op de huid met speciale inkt. Dit is nodig om elke dag precies hetzelfde gebied te bestralen. U mag de lijnen er niet afwassen. De inkt geeft af en trekt in de kleding. Het is moeilijk om deze vlekken uit de kleding te wassen. Houdt u daar met de keuze van uw kleding rekening mee. U kunt zich douchen met zeep of in bad gaan. Ook mag u zwemmen. Let u op dat u de lijnen er niet afwast.

De CT-scan en het aantekenen duren samen ongeveer 20 minuten. Na de CT-scan kunt u naar huis.

Breath hold (vasthouden adem) techniek

Wordt uw linkerborst bestraald?

U wordt op de linkerborst(wand) bestraald of op de lymfeklieren bij het borstbeen. Hierbij gebruiken we een techniek waarbij u de adem vasthoudt. Dit noemen we de breath hold techniek.

Het doel van deze techniek is om uw hart niet onnodig te bestralen. Tijdens het bestralen houdt u uw adem vast. Direct achter uw linker borst ligt het hart. Deze willen we bij de bestraling zoveel mogelijk sparen. Als u uw adem inhoudt, zit er meer lucht in uw longen en wordt de afstand tussen uw borstwand en hart groter. Hierdoor krijgt uw hart minder straling.

Tijdens de voorbereiding op de CT-scan krijgt u ademhalingsopdrachten. De laboranten op de CT-scan oefenen dat met u. De laborant vraagt u om in te ademen, uit te ademen, weer in te ademen en de adem vast te houden. U houdt uw adem vast gedurende maximaal dertig seconden. De laborant zegt wanneer u weer door kunt ademen. Tijdens de CT-scan spreekt de laborant tegen u door de intercom.

Wij vragen u de ademhalingsopdrachten thuis een aantal keren te oefenen voordat u met de bestraling begint. Tijdens de bestraling krijgt u dezelfde ademhalingsopdrachten.

Wordt uw rechterborst bestraald?

U wordt op uw rechterborst(wand) bestraald. Hiervoor is het meestal niet nodig om een ademhalingsopdracht te geven. U kunt tijdens het maken van de CT-scan en bestraling ademen zoals u gewend bent.

Wat gebeurt er achter de schermen?

Het maken van het bestralingsplan

De radiotherapeut, klinisch fysicus en laborant maken een bestralingsplan met de computer. De beelden van de CT-scan gebruiken we bij het maken van het bestralingsplan. In een bestralingsplan staat precies hoeveel bestralingsdosis er in uw borst(wand) komt en hoe de straling verdeeld is in de borst(wand). Dit bestralingsplan gebruiken we elke dag als de bestralingen plaatsvinden.


Bestralingen

De bestralingen

Vóór iedere bestraling meldt u zich bij de balie. Daarna neemt u plaats in de wachtruimte.

Een radiotherapeutisch laborant haalt u daar op. Bij de eerste bestraling legt de laborant u nogmaals uit wat er gaat gebeuren.

Bestraling met het bestralingstoestel
Wat gebeurt er als we u bestralen?

Als we u gaan bestralen, gebeurt er het volgende:

  • U gaat op de behandeltafel liggen.
  • De laboranten zorgen ervoor dat u precies hetzelfde ligt als op de CT-scan. Hiervoor kijken ze naar de laserlijnen die uit de muur komen en naar de tekening en tatoeagepuntjes in uw huid.
  • Zij stellen zo nauwkeurig mogelijk in en gebruiken hiervoor ook het bestralingsplan en de computergegevens van het bestralingstoestel.
  • Daarna bent u alleen in de ruimte. We vragen u om stil te blijven liggen. De laboranten kunnen u zien en horen.
  • We maken een scan om uw houding te controleren.
  • Daarna draaien we het toestel om u heen en beginnen we met de bestraling. U hoort dan alleen het geluid van het toestel. Verder merkt u niets van de bestraling. We kunnen het toestel stilzetten en de bestraling onderbreken (bijvoorbeeld bij een hoestbui).
  • Is de bestraling klaar? Dan stopt het toestel automatisch.
  • Alles bij elkaar duurt de behandeling per keer tussen de 10 en 25 minuten.

Door de bestraling wordt u niet radioactief. Op het moment dat het toestel stopt, is de straling verdwenen. Er is geen straling meer voor u en uw omgeving.


Mogelijke bijwerkingen

Mogelijke bijwerkingen op korte termijn (tijdens de bestraling tot weken daarna)

Tijdens en na de bestralingsperiode kunnen bijwerkingen optreden. Niet iedereen krijgt bijwerkingen. De bijwerkingen kunnen bij iedereen anders zijn. Meestal krijgt u niet meteen last van bijwerkingen, maar pas na een paar weken. Als iets niet duidelijk is, vraag het dan aan uw arts (radiotherapeut) of aan de laboranten.

Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestraling. U kunt ook nog moe zijn nadat u al klaar bent met de bestraling. Dit gaat meestal vanzelf weer over.

Tips bij vermoeidheid:

  • Probeer te bewegen. Dit kunt u doen door te wandelen of te sporten.
  • Doe de dingen die u normaal ook doet, maar wel rustig.
Reactie van de huid

Soms ontstaat er jeuk of een branderig gevoel in de huid. Ook kan de huid door de bestraling rood kleuren. Die roodheid verdwijnt meestal vanzelf binnen 3 weken na de bestraling. Bij mensen die snel bruinen door de zon, treedt door bestraling soms ook een bruine verkleuring van de huid op. Deze bruine kleur wordt na de bestraling steeds lichter, maar kan soms wel een jaar zichtbaar blijven.
De huid kan stuk gaan. Dit gebeurt zelden.
De heftigste huidreactie ontstaat meestal aan het eind van de behandeling of in de week erna. Ook heftige huidreacties genezen volledig binnen enkele weken na het einde van de bestraling.

Tips
Onderstaande tips gelden als u aan uw huid geen reacties ziet of merkt.

Als u wel reacties ziet of merkt, overleg dan met uw radiotherapeut of de laborant op het bestralingstoestel.

  • U mag zwemmen, in bad, in een hottub of naar de sauna.
  • Douchen: u mag zeep gebruiken.
  • Plak geen pleister in het gebied waar we bestralen.
  • Trek geen stugge kleding aan.
  • Probeer bij jeuk niet te krabben. Als u jeuk heeft, zeg het tegen uw radiotherapeut of laborant.
  • U mag de bestraalde huid insmeren met een verzachtende crème of makkelijk uitsmeerbare zalf. De meest gebruikte en bij de drogist verkrijgbare producten zijn:
    • Cetomacrogol crème
    • Bepanthen crème
    • Calendula crème
    • Aloevera crème of gel
    • Flamigel
  • Elektrisch en nat scheren zijn beide toegestaan.
  • U mag deodorant gebruiken.
  • Overmatig in de zon is voor niemand goed. U mag in de zon, maar gebruik dan een zonnebrandcrème met factor 30 of hoger op de bestraalde huid.
Haaruitval

U krijgt alleen haaruitval in het gebied dat bestraald wordt, bijvoorbeeld in de oksel als de lymfeklieren bestraald worden. Het haar kan uitvallen na een paar weken. Dit is soms blijvend. De radiotherapeut bespreekt dit met u.

Borst(wand)

De borst kan iets voller en stugger worden tijdens de bestraling. Dit komt door vochtophoping. Na de bestralingsbehandeling vermindert dit, maar verdwijnt soms niet helemaal.
Het litteken van uw operatie kan vaster gaan aanvoelen.
De borst(wand) kan soms pijnlijk zijn. U kunt steken voelen of een branderig gevoel krijgen. De gevoeligheid of pijn worden na de bestralingen minder, maar gaan soms niet helemaal over. Deze klachten zijn een gevolg van de operatie en de bestralingen en hebben niets met kanker te maken.

Lymfoedeem van de arm

Lymfoedeem (vochtophoping) in de arm komt vooral doordat de lymfklieren in de oksel zijn weggehaald tijdens de operatie. De kans op lymfoedeem neemt toe als ook de lymfkliergebieden in en rond de oksel worden bestraald. Hier kunnen klachten door ontstaan met gevolgen voor uw dagelijkse leven. De klachten kunnen zijn:

  • Zwelling
  • Vermoeidheid en een zwaar gevoel
  • Pijn
  • Minder goed kunnen bewegen

Deze klachten treden soms pas enkele jaren na de behandeling op. Zo nodig kan oedeemtherapie hulp bieden.

Verminderde beweeglijkheid van de arm/ schouder

In de weefsels van de bovenarm en schouder kan bindweefsel ontstaan. Dit komt door de operatie en bestraling. Hierdoor is het mogelijk dat u de arm minder soepel kan bewegen. Door regelmatig uw arm in alle richtingen te gebruiken, rekt u het weefsel op. Hierdoor zal de beweeglijkheid van de arm meestal herstellen. Soms kan fysiotherapie hierbij helpen.

Seksualiteit

Kanker en de behandeling ervan kunnen invloed hebben op de seksualiteitsbeleving. Dit kunt u met uw radiotherapeut bespreken.


Nazorg en resultaten

Het resultaat van de bestraling is meestal niet direct te zien. Bespreek met uw radiotherapeut hoe het resultaat van de behandeling wordt vastgesteld.

Uw controle afspraak bij de radiotherapeut staat op uw afsprakenbrief.

Controle afspraak

Het is erg belangrijk dat u na de behandeling een aantal jaren onder controle blijft. Dit gebeurt vaak via uw verwijzende dokter.

Drie maanden na uw behandeling komt u op controle bij uw radiotherapeut. De controle afspraak kan ook telefonisch plaatsvinden. 
Tijdens de controle afspraak wordt u gevraagd of u klachten heeft.

Infopunt Leven met kanker

In de hal van het Catharina Kanker Instituut is een informatiepunt ingericht. Hier kunt u terecht als u extra informatie over nazorg wilt ontvangen. In dit informatiepunt zitten vrijwilligers van inloophuis de Eik die u graag helpen of een praatje met u maken. Meer informatie leest u op website van het Infopunt

De griepprik

De griepprik of andere vaccinaties kunt u gewoon tijdens en na de radiotherapie laten zetten. Als u koorts heeft of allergisch bent voor de griepprik dan neemt u de prik niet.
Als u chemotherapie krijgt, overleg dan met uw oncoloog of u de prik mag nemen.

Ter beschikking stellen gegevens aan derden

Medische gegevens worden alleen anoniem aan derden verstrekt, zoals overheidsinstanties en zorgverzekeraars. In sommige gevallen worden deze gegevens voorzien van een code, zoals bij de Nederlandse Kankerregistratie. Hierbij wordt informatie verstrekt over de ziekte, de behandeling en het verloop van de behandeling bij kankerpatiënten. Registratie is een belangrijk instrument voor het verkrijgen van inzicht in het vóórkomen en behandelen van ziekten. Als u niet wilt dat uw gegevens worden gebruikt, kunt u dit kenbaar maken bij uw behandelend arts. De arts maakt een aantekening in uw medisch dossier dat uw gegevens niet worden geregistreerd.

Medische gegevens

De gegevens over uw behandeling worden permanent bewaard. Uw huisarts en uw specialisten worden op de hoogte gehouden van uw behandeling. Ook wanneer u op het spreekuur komt, stuurt uw radiotherapeut, indien nodig, een bericht naar uw huisarts en de medisch specialisten bij wie u bekend bent.

Daarnaast houdt de Landelijke Kankerregistratie bij hoe vaak en waar de verschillende vormen van kanker in Nederland voorkomen. Ook worden de behandelingsresultaten geregistreerd. Het uiteindelijke doel is om met deze gegevens de behandeling van mensen met kanker te verbeteren.

Zonder uw uitdrukkelijk schriftelijk toestemming wordt door uw radiotherapeut geen informatie verstrekt aan anderen dan uw huisarts, specialist(en) en Landelijke Kankerregistratie (dus niet aan controlerend artsen, bedrijfs-, of keuringsartsen).


Opleidingsziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. Wij leiden artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat ook een zorgverlener in opleiding uw behandeling, onderzoek of operatie kan uitvoeren. Maar dit is niet altijd zo. Uw veiligheid staat altijd bij ons voorop. Als een zorgverlener in opleiding u helpt, werkt deze altijd onder begeleiding van een gediplomeerd zorgverlener. Als u niet wilt dat een zorgverlener in opleiding u helpt, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, aarzel dan niet om deze met uw radiotherapeut te bespreken.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
040 – 239 9111
www.catharinaziekenhuis.nl

Afdeling Radiotherapie
040 – 239 6400

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Radiotherapie vindt u op www.catharinaziekenhuis.nl/radiotherapie

 

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden