Verwijderen van de zaadbal bij verdenking op een kwaadaardige tumor (Folder)

Urologie
Michelangelolaan 2
5623 EJ Eindhoven
040 - 239 91 11
Catharina een Santeon ziekenhuis

Verwijderen van de zaadbal bij verdenking op een kwaadaardige tumor (Folder)

De uroloog heeft met u besproken dat u mogelijk een kwaadaardige tumor in de zaadbal heeft. Het is belangrijk dat uw zaadbal op korte termijn verwijderd wordt zodat onderzocht kan worden wat de aard van deze tumor is. In deze folder leest u waarom dit op korte termijn moet gebeuren, welke onderzoeken er nog meer nodig zijn en wat u kunt verwachten. Voor u persoonlijk kan de situatie anders zijn dan hier is beschreven. Als dit zo is, informeert de uroloog u hier over. Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, stel ze dan direct aan de arts of verpleegkundige.

Waarom wordt mijn zaadbal verwijderd?

In de zaadbal, ook wel teelbal/testes genoemd, kunnen goedaardige en kwaadaardige tumoren voorkomen. Bij een kwaadaardige tumor spreken we van kanker. Naast een bloedonderzoek en een echo van de balzak is weefselonderzoek noodzakelijk. Zonder weefselonderzoek is niet precies te bepalen welke soort tumor u heeft. Dit weefselonderzoek kan alleen plaatsvinden nadat de zaadbal in zijn geheel verwijderd is.

Waarom word ik zo snel geopereerd?

U krijgt een afspraak om de zaadbal ongeveer binnen drie dagen te laten verwijderen. U wordt zo snel geopereerd omdat het belangrijk is dat de aard van de tumor wordt vastgesteld. Sommige zaadbaltumoren kunnen namelijk snel groeien en uitzaaien. Als de uitslag snel bekend is, dan kan de behandeling worden gestart. Dit vergroot de kans op genezing.

Voorbereiding op de operatie

Intakegesprek oncologieverpleegkundige

Als voorbereiding op uw operatie, krijgt u een afspraak bij de oncologieverpleegkundige voor een intakegesprek. Zij zal u informeren over de operatie en wat u hierna kunt verwachten. Ook zal zij de gegevens over uw gezondheid en medicijngebruik noteren in uw elektronisch dossier, zodat bij eventuele bijzonderheden op tijd actie kan worden ondernomen.

Pre-operatieve screening en anesthesie

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar de polikliniek Pre-operatieve screening. Op deze polikliniek bekijkt de anesthesioloog of de operatie voor u extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Als voorbereiding op deze afspraak kunt u thuis of op de polikliniek Urologie een vragenlijst over uw medische geschiedenis invullen. Tijdens dit gesprek komen een aantal onderwerpen aan bod. Dit zijn onder andere de soort verdoving (anesthesie) en pijnstilling. Ook bespreekt u waarop u moet
letten met eten, drinken en roken op de dagen rondom de operatie. Daarnaast maakt u afspraken over hoe u op die dagen uw medicijnen gebruikt. Dit geldt ook voor bloedverdunners. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnpaspoort mee.

Op de polikliniek Pre-operatieve screening kunt u alleen op afspraak terecht. De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur via telefoonnummer 040 – 239 85 01. Meer informatie over pre-operatieve screening en verdoving vindt u in de folder ‘Anesthesie’.

Aandachtspunten

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Meld dit bij de uroloog en de polikliniek Pre-operatieve screening. Meld de uroloog ook als u andere medicijnen gebruikt.
  • Heeft u op de dag voor uw opname koorts? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie.
  • Houd er rekening mee dat u na uw ontslag uit het ziekenhuis niet zelf naar huis mag rijden. Regel daarom, wanneer de ontslagdatum bekend is, uw vervoer.

De opname

Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de locatie die aan u is doorgegeven. U wordt ontvangen door een verpleegkundige. De verpleegkundige wijst u de weg op uw kamer, bespreekt alle gegevens met u en meet uw temperatuur, polsslag en bloeddruk.

Het is belangrijk dat u uw medicijnen en een recent medicijnenoverzicht meeneemt naar het ziekenhuis. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. U krijgt van de verpleegkundige een operatiehemd en een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Als u aan de beurt bent rijdt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer van de operatiekamers waar een operatiekamermedewerker de zorg voor u over neemt.

Voordat de operatie begint, wordt door het hele operatieteam het ‘Time out’ moment genomen. Dit is een moment waarbij het hele operatieteam stil staat bij uw operatie. Onder andere uw naam, geboortedatum, welke operatie, welke vorm van verdoving en de operatiebenodigdheden worden gecontroleerd. Er worden u vragen gesteld die u misschien al eerder beantwoord heeft zoals wie bent u, wat is uw geboortedatum, welke operatie krijgt u en aan welk lichaamsdeel wordt u geopereerd. Dit wordt gedaan om uw veiligheid te waarborgen.

De operatie

Tijdens de operatie gaat u onder narcose of u krijgt een ruggenprik. Dit heeft u met de anesthesioloog besproken.

De uroloog verwijdert de zaadbal via een snede in de lies. De zaadbal wordt na de operatie opgestuurd naar de patholoog voor weefselonderzoek. De uitslag hiervan krijgt u een week later op de polikliniek Urologie. De snede in de lies wordt met zelf oplosbare hechtingen weer gesloten.

Na de operatie

Na de operatie rijdt de operatieassistent u naar de uitslaapkamer. Daar wordt regelmatig gecontroleerd of u al wakker bent en hoe het met u gaat. Ook wordt regelmatig uw bloeddruk gemeten. Als u goed wakker bent en er zijn geen bijzonderheden, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar uw kamer. Als u op de afdeling komt heeft u een infuus in uw arm. Als u weer goed kunt eten, drinken en plassen wordt het infuus verwijderd. Tegen de pijn heeft de anesthesioloog pijnstillers voorgeschreven. Afhankelijk van hoe het met u gaat kunt u aan het einde van de dag of de volgende ochtend naar huis. U krijgt een afspraak mee voor het bespreken van het weefselonderzoek met de uroloog.

Na uw opname

Als u weer thuis bent kunt u de eerste tijd last hebben van de volgende verschijnselen:

  • een oppervlakkige bloeduitstorting rondom de wond; een blauwe verkleuring van de wond komt geregeld voor, dit trekt vanzelf weg.
  • de wond in de lies kan pijnlijk zijn, vooral bij bewegen en vooroverbuigen. Heeft u veel last, neem dan drie maal per dag twee tabletten van 500 mg paracetamol.

Na 48 uur mag het steun/drukverband (suspensior) en eventuele pleisters verwijderd worden. De hechtingen zijn meestal oplosbaar.

Na het verwijderen van het verband mag u weer douchen.

Wij adviseren u om na de operatie dag en nacht een onderbroek te dragen die u steun geeft. Hiermee vermindert u de kans op zwelling. Draag dus geen loszittende boxershort.

Mogelijke risico’s en complicaties

Wondinfectie

Een infectie van het wondgebied is te herkennen aan roodheid, zwelling, toename van pijn of koorts. Soms kan er ook vocht of pus uit de wond komen.

Nabloeding

Een nabloeding is te herkennen aan een bloeduitstorting in het wondgebied. Het gebied kleurt dan paars/blauw en zwelt op. Daarnaast kan ook de balzak fors opzwellen.

Urineweginfectie

De zaadbal staat via de zaadleider in verbinding met de urinewegen. Daardoor bestaat de kans dat u een blaas of prostaatontsteking krijgt.

U kunt dan last hebben van de volgende verschijnselen:

  • branderig gevoel bij het plassen;
  • vaak moeten plassen;
  • moeilijker kunnen plassen;
  • koorts.

Een urineweginfectie kan goed behandeld worden met een antibioticakuur.

Gevoelloosheid van de huid in het wondgebied

In het operatiegebied lopen enkele zenuwbanen die naar de huid en de balzak leiden. Deze zenuwbanen kunnen tijdens de operatie beschadigd raken. Meestal merkt u dit aan een ‘doof’ gevoel van de huid rondom: de wond, de binnenzijde van het bovenbeen en de huid van de balzak. Dit gevoel kan soms weer herstellen. Vaak treedt gewenning op waardoor dit niet als storend wordt ervaren.

Leefregels

Om nabloedingen en spanning op de wond te voorkomen is het belangrijk dat u zich thuis aan de volgende leefregels houdt:

  • Tot 2 weken na de operatie niet baden, douchen mag wel.
  • Tot 2 weken na de operatie niet fietsen, autorijden mag wel.
  • Tot 2 weken na de operatie geen geslachtsgemeenschap hebben.
  •  U mag niet teveel persen bij ontlasting. Vezelrijke voeding en voldoende drinken zijn belangrijk om de ontlasting zacht te houden. Vezels zitten vooral in volkoren producten, groenten en fruit.
  • Til tot twee weken na de operatie geen zware boodschappen te (dus niet meer dan 10 kg) .
  • Vermijd zware huishoudelijke klussen en doe geen zwaar werk.

Wanneer neemt u direct contact op?

In de onderstaande situaties neemt u direct contact op:

  • Als u een nabloeding krijgt.
  • Bij plotseling optredende zwelling en pijn in wondgebied.
  • Bij plotseling optredende pijn bij het plassen.
  • Bij plotseling snel stijgende koorts boven de 38,5 graden Celcius.

Controle

Als u naar huis gaat krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek bij de uroloog. Deze controle is na ongeveer één week. U krijgt dan ook de uitslag van het weefselonderzoek.

Welke nabehandelingen zijn er mogelijk?

De aard van de tumor, de bloeduitslag en de uitslag van de CT-scan bepaalt welke nabehandeling het beste bij u past.

Vaak is het verwijderen van de zaadbal voldoende. Het kan ook zijn dat u een aanvullende behandeling nodig heeft met chemotherapie of bestraling. De uroloog bespreekt met u wat u nodig heeft en waarom dat zo is.

Welke gevolgen heeft het verwijderen van de zaadbal voor mijn vruchtbaarheid?

Het verwijderen van één zaadbal heeft meestal geen gevolgen voor de vruchtbaarheid. De andere (gezonde) zaadbal blijft normaal functioneren. Als uit onderzoek blijkt dat u chemotherapie of bestraling nodig heeft, dan raden wij u aan om sperma in te vriezen. De uroloog kan u informeren over hoe dat gaat.

Vragen

Wij kunnen ons voorstellen dat u nogal overvallen kunt zijn door de snelheid waarmee u een diagnose kreeg en geopereerd wordt. Daarom willen wij graag al uw vragen beantwoorden.

Noteer uw vragen, bijvoorbeeld in deze folder. Het kan nuttig zijn om iemand mee te nemen op de dag van de operatie en naar gesprekken met de uroloog en/of oncologieverpleegkundige. De oncologieverpleegkundige is telefonisch bereikbaar via de polikliniek Urologie.

Wilt u andere folders inzien, bijvoorbeeld over zaadbalkanker of een van de eerder genoemde onderzoeken? Dan kunt u kijken op www.catharinaziekenhuis.nl bij voorlichting en folders. U kunt ook langskomen bij de polikliniek Urologie.

Contactgegevens

Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 – 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl

Spoedeisende Hulp
040 – 239 96 00

Polikliniek Urologie
040 – 239 70 40

Verpleegafdeling Chirurgische oncologie
040 – 239 75 00

Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling Urologie kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/urologie

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden