Ridder Edwin Knots keek als kinderarts altijd verder dan de spreekkamer
Na 33 jaar nam kinderarts Edwin Knots deze vrijdagmiddag afscheid van het Catharina Ziekenhuis. Hij werd tijdens zijn afscheidssymposium benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn inzet voor zorg en onderwijs.
Voor het gesprek over zijn afscheid (enkele dagen ervoor) wil Edwin Knots eerst iets laten zien. Op het scherm verschijnt een filmpje over de dokter van de toekomst. Kunstmatige intelligentie, robots en andere nieuwe technologie komen voorbij. De video is gemaakt door zijn zoon en typeert de interesses van Knots. Het resultaat werd vertoond tijdens zijn afscheidssymposium deze vrijdagmiddag.
Op de vooravond van zijn 67ste verjaardag zou hij uitgebreid kunnen terugkijken op alles wat achter hem ligt. Zelf begint hij liever bij wat er nog komt. Vooral de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie in de zorg fascineert hem. “Ik heb de eerste computers zien komen. Nu, vijftig jaar later, zie je dat technologie ook ons denken gaat ondersteunen. Die ontwikkeling gaat ontzettend snel.” Hij hoopt die de komende jaren met belangstelling te blijven volgen. “Ik heb heel veel zin om, hopelijk in goede gezondheid, te zien hoe dit zich verder ontwikkelt.”
Zelfs als ze ziek zijn, zit er bij jonge kinderen vaak een enorme zorgeloosheid in
Afscheid in etappes
Toch is er genoeg om op terug te kijken. Knots werkte 33 jaar als kinderarts in het Catharina Ziekenhuis. De afgelopen jaren bouwde hij de directe patiëntenzorg stap voor stap af. Eerst stopte hij met diensten en klinisch werk, later volgde de polikliniek. Inmiddels behandelt hij al enige tijd geen patiënten meer. Dat afscheid in etappes beviel hem goed. “Ik heb het gevoel dat ik op een hoogtepunt stop. Ik heb veel dingen zien ontwikkelen en ook dingen kunnen afronden. Bij geen enkel dossier denk ik nu: daar ligt nog van alles.”
Dat hij ooit arts zou worden, wist Knots al jong. Hij was op school geboeid door biologie en wilde begrijpen hoe het menselijk lichaam werkt. Ook de ziekte van zijn vader speelde waarschijnlijk een rol. Zijn vader kreeg kanker en overleed toen Knots 17 jaar oud was. Na de middelbare school ging hij geneeskunde studeren in Nijmegen. Tijdens zijn coschappen ontdekte hij de kindergeneeskunde.
Vooral de breedte sprak hem aan. Een kinderarts kijkt naar het hele lichaam en behandelt kinderen van baby tot bijna-volwassene. Maar er was nog iets. “De omgang met kinderen lag me. Zelfs als ze ziek zijn, zit er bij jonge kinderen vaak een enorme zorgeloosheid in. De ouders kunnen heel bezorgd zijn, terwijl zo’n kind ondertussen gewoon kind blijft. Er zit levenskracht en energie in.”

Ik heb het vak met volle overtuiging en heel veel plezier gedaan, maar kinderarts zijn is niet mijn hele verhaal
Invloed ten maximale benut
In zijn eerste jaren in het Catharina hield Knots zich veel bezig met de zorg voor pasgeboren kinderen. Neonatologie was in die tijd – en nog steeds – een spannend en technisch deel van het vak. Artsen moesten soms snel handelen bij heel kleine en ernstig zieke baby’s. Knots zag er in de loop van de jaren duizenden. Sommige kinderen kwamen daarna nog jarenlang bij hem terug. Zo begeleidde hij ook kinderen met het syndroom van Down, soms vanaf hun geboorte tot het moment waarop zij rond hun achttiende werden overgedragen aan een arts voor volwassenen.
Toch vertelt dat maar een deel van zijn loopbaan. “Ik heb het vak met volle overtuiging en heel veel plezier gedaan, maar kinderarts zijn is niet mijn hele verhaal.” Knots had een brede belangstelling en wilde ook invloed hebben op hoe de zorg werd georganiseerd. Ziekenhuisbestuurder worden hoefde voor hem niet. Hij wilde juist medisch specialist blijven en vanuit die positie proberen zaken te veranderen. “Macht hebben we in Nederland gelukkig nauwelijks. Maar invloed kun je wel hebben. En die invloed heb ik maximaal proberen te benutten.”
Dat deed hij op veel plekken. Hij was 25 jaar medisch manager, zat in totaal 12,5 jaar in het bestuur van de medische staf (waarvan de laatste jaren als voorzitter) en was 7 jaar bestuurder van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Ook hield hij zich jarenlang bezig met de geboortezorg in Nederland. De vraag daarbij was steeds heel concreet: hoe zorgen kinderartsen, verloskundigen, gynaecologen en ziekenhuizen dat zij rond moeder en kind goed samenwerken en duidelijke afspraken maken?
Wat ik hier altijd heb gezien, is dat mensen bereid zijn iets nieuws te proberen als ze denken dat de zorg er beter van wordt
Pionieren
De laatste vier jaar van zijn loopbaan was Knots voorzitter van de centrale opleidingscommissie van het Catharina. Daar hield hij zich bezig met de opleiding van jonge artsen in het ziekenhuis. Ook begeleidde hij specialisten die zich naast hun medische werk verder wilden ontwikkelen in bestuurlijke, organisatorische of coördinerende rollen. Voor Knots hoorde dat bij hetzelfde idee: goede zorg vraagt niet alleen om goede dokters, maar ook om mensen die bereid zijn verder te kijken dan hun eigen werkterrein.
Het past volgens hem bij een traditie die veel ouder is dan zijn eigen voorzitterschap. Als hij één woord moet kiezen dat volgens hem bij het Catharina past, is dat ‘pionieren’. “Ambitieus zijn alle ziekenhuizen. Wat ik hier altijd heb gezien, is dat mensen bereid zijn iets nieuws te proberen als ze denken dat de zorg er beter van wordt.”
Die neiging om verder te kijken beperkte zich voor Knots niet tot de zorg. Jaren geleden hoorde hij in de auto op de radio over de Weekendschool. Het idee sprak hem meteen aan. Kinderen uit groep 7 en 8 maken er op zondag kennis met beroepen en werelden die thuis niet altijd vanzelfsprekend voorbijkomen. Gastdocenten laten hen bijvoorbeeld ervaren hoe het is om arts, rechter of ondernemer te zijn.
Knots dacht meteen: waarom hebben we dit in Eindhoven niet? Hij zocht contact met de organisatie achter het oorspronkelijke concept, klopte aan bij zijn ziekenhuisleiding en vertelde zijn verhaal aan iedereen die het horen wilde. De eerste plannen liepen niet zoals gehoopt. Toch kwam er uiteindelijk een Weekendschool in Eindhoven en raakte ook het Catharina erbij betrokken. Knots verzorgde zelf lessen over gezondheidszorg. Inmiddels bestaat de school al jaren en biedt die nog steeds gratis lessen aan kinderen uit Eindhoven. Het ziekenhuis verzorgt jaarlijks het thema Geneeskunde. “De kinderen van de Weekendschool zijn eigenlijk het echte goud”, zei Knots daar eerder over. Zijn opvolger in het ziekenhuis, Rick Willems, neemt overigens deze taak ook van hem over.
Mijn vakgroep heeft mij altijd de ruimte gegeven om dat te doen. Daar ben ik heel dankbaar voor
‘Buitenspelen’
Dat soort activiteiten noemde hij binnen zijn vakgroep weleens ‘buitenspelen’. Want als één kinderarts vergadert, lesgeeft of ergens anders aan een plan werkt, moet een collega soms patiëntenzorg overnemen. “Mijn vakgroep heeft mij altijd de ruimte gegeven om dat te doen. Daar ben ik heel dankbaar voor.” Juist daarom zegt Knots bij zijn afscheid vooral trots te zijn op de mensen met wie hij heeft gewerkt. “Ze leveren goede zorg, leiden mensen op en hebben mij daarnaast de ruimte gegeven om buiten de spreekkamer dingen te doen.”
|
Waarom Edwin Knots geridderd werd Dit interview met Edwin Knots werd enkele dagen vóór zijn afscheidssymposium afgenomen. Op dat moment wist hij nog niet dat hem vrijdagmiddag een bijzondere verrassing te wachten stond. Aan het einde van de middag kwam wethouder Rik Thijs van de gemeente Eindhoven naar het Catharina Ziekenhuis. Hij benoemde de zichtbaar verraste Knots tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, als erkenning voor zijn verdiensten op het terrein van gezondheidszorg en onderwijs. In de toelichting op de onderscheiding werd Knots omschreven als een aanjager, mentor en coach van het initiatief om (jonge) specialisten nader te professionaliseren voor hun bestuurlijke, organisatorische en/of coördinerende rollen binnen het ziekenhuis. “Volgens ingewijden is de heer Knots een uitzonderlijk didactisch talent en een bevlogen docent, die complexe medische materie op een begrijpelijke, inspirerende en soms zelfs humoristische manier weet te presenteren.” |