Klaplong

Bij een klaplong (pneumothorax) stroomt er lucht in de pleuraholte. Hierdoor klapt de long samen en ontplooit zich niet meer. De lucht die in de pleuraholte stroomt kan afkomstig zijn uit de long (gesloten pneumothorax) of komt van buiten het lichaam (open pneumothorax).

De longen zijn omgeven door de pleurabladen. Dit zijn twee dunne, flexibele vliezen. Eén vlies bekleedt de longen, het andere de binnenkant van de borstkaswand. De ruimte tussen deze twee vliezen heet de pleuraholte. Deze is luchtdicht (vacuüm) afgesloten. In deze pleuraholte zit een kleine hoeveelheid vocht dat de vliezen glad maakt, zodat deze bij elke ademhaling soepel langs elkaar heen glijden.

Symptomen

De symptomen bij een klaplong lopen uiteen van matige kortademigheid en pijn, tot ernstige kortademigheid en pijn in de borst. Dit hangt af van de hoeveelheid lucht die de pleuraholte binnenstroomt en hoe ver de long inklapt. Het kan ook zijn dat u pijn in de nek, schouder of buik voelt en soms heeft u een droge hoest.

Behandeling

De behandeling hangt af van de hoe ver de long is ingeklapt. Een kleine klaplong behandelen we meestal niet. Meestal neemt het lichaam de lucht uit de pleuraholte in een paar dagen op. Soms beslist de arts op de Eerste Hulp dat een ziekenhuisopname nodig is omdat er een kans bestaat op het ontstaan van een grote klaplong. Bij een grote klaplong wordt de lucht verwijderd door een drain (buisje) in de pleuraholte in te brengen, onder plaatselijke verdoving.

Operatie

Als na verloop van tijd blijkt dat de klaplong niet uit zichzelf geneest, kunnen we een operatie doen. Een thoraxchirurg voert deze zogeheten pleurarubbing uit. Het buitenste pleuravlies wordt opgewreven met als doel dat de beide vliezen weer aan elkaar gaan kleven.


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden