Aanleggen shunt

Een shunt wordt aangelegd bij patiënten met een nierziekte die gaan hemodialyseren, omdat het noodzakelijk is om een goede toegang te hebben tot de bloedbaan. Een shunt is een verbinding tussen een slagader en een ader. De shunt kan gemaakt worden van uw eigen bloedvaten (arterio-veneuze fistel) of van een kunststof bloedvat. Door een shunt wordt de ader steviger en dikker waardoor deze voor de dialyse makkelijk is aan te prikken.

De shunt wordt door middel van een operatie gemaakt. In principe wordt de shunt aangelegd in de arm die u het minst gebruikt, vaak in de bovenarm. Als het niet mogelijk is om een directe verbinding te maken tussen de slagader en de ader, wordt er een verbinding met ander materiaal gemaakt. Dit kan een stukje kunststofbuisje zijn of een ader uit het eigen been. Voor het aanleggen van een shunt wordt u opgenomen in het ziekenhuis. De operatie vindt meestal onder plaatselijke verdoving plaats. Een vaatchirurg voert de operatie uit. De operatie duurt ongeveer een uur. Meestal is dit een kwestie van dagopname, al kan het soms zijn dat u nachtje in het ziekenhuis moet blijven. Het duurt meestal zes weken voordat de shunt in gebruik kan worden genomen. Na deze periode kan de shunt aangeprikt worden om tijdens de dialyse het bloed naar en van de kunstnier te leiden.

 

 

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden