Met lipofilling stap voor stap een nieuwe borst na borstkanker
Vrouwen die na borstkanker een borst missen, hebben in het Catharina Ziekenhuis een extra mogelijkheid voor reconstructie. Met eigen vet kan in meerdere kleinere operaties stap voor stap een nieuwe borst worden opgebouwd.
Bij deze behandeling haalt de plastisch chirurg met liposuctie vet weg uit bijvoorbeeld de buik, benen of heupen. Daarna brengt de plastisch chirurg het vet in de borst aan. Zo ontstaat in meerdere operaties geleidelijk een nieuwe borst. De techniek heet autologe vettransplantatie, afgekort AFT, en wordt ook lipofilling genoemd.
Plastisch chirurg Hanneke Tielemans heeft veel ervaring met deze behandeling. Ze werkte elf jaar in het Radboudumc en nam daar deel aan onderzoek naar AFT. Sinds haar komst naar het Catharina Ziekenhuis eerder dit jaar kunnen vrouwen ook hier met deze techniek worden behandeld.
“Deze techniek gebruiken we al langer om vet in een borst aan te brengen”, vertelt Tielemans. “We gebruikten het bijvoorbeeld om een kuiltje op te vullen of een verschil tussen beide borsten kleiner te maken. Daarna kwam de vraag: kunnen we op deze manier ook een hele borst reconstrueren? Het antwoord is ja.”

Voldoende voeding
De behandeling wordt in het Catharina Ziekenhuis vergoed. Dat kan omdat het ziekenhuis deelneemt aan onderzoek naar AFT. Binnen dat onderzoek worden de resultaten en eventuele problemen zorgvuldig gevolgd. Zo wordt steeds beter duidelijk voor welke vrouwen deze manier van borstreconstructie geschikt is.
Een nieuwe borst ontstaat niet tijdens één operatie. Een deel van het aangebrachte vet verdwijnt namelijk weer. De vetcellen moeten op hun nieuwe plek voldoende voeding krijgen via kleine bloedvaatjes. Daardoor blijft niet elke vetcel behouden.
“Als we honderd milliliter vet aanbrengen, blijft daar uiteindelijk ongeveer de helft van over”, legt Tielemans uit. “Daarom bouwen we de borst in fases op.” Meestal zijn vier tot vijf behandelingen nodig. Bij sommige vrouwen lukt het in drie keer, anderen hebben zes operaties nodig.
Bij liposuctie maken we alleen kleine openingen in de huid en zuigen we het vet weg
Kans op langdurige klachten kleiner
Voor patiënten is vooral het verschil met andere vormen van borstreconstructie belangrijk. Bij een veelgebruikte methode wordt huid en vet uit de buik gehaald en naar de borst verplaatst, de zogeheten DIEP-methode. De belangrijkste reconstructie gebeurt dan tijdens één grote operatie. Die kan vele uren duren. Een patiënt blijft daarna meestal enkele dagen in het ziekenhuis en het herstel duurt ongeveer zes tot acht weken.
Een behandeling met eigen vet duurt ongeveer twee uur en gebeurt in dagbehandeling. De patiënt kan dezelfde dag naar huis. “Na ongeveer twee weken kunnen veel vrouwen hun gewone bezigheden en werk weer oppakken”, aldus Tielemans. “Het verschil is wel dat je meerdere keren terugkomt voor een operatie.”
Ook op de plek waar het weefsel vandaan komt, zijn er verschillen. Bij een reconstructie met buikweefsel ontstaat een groter litteken. Sommige vrouwen houden bijvoorbeeld last van zwelling, een zwakkere buikwand of een veranderd gevoel.
“Bij liposuctie maken we alleen kleine openingen in de huid en zuigen we het vet weg”, zegt Tielemans. “Je hoeft dus geen groot stuk huid en vet uit een ander deel van het lichaam weg te halen.” Daardoor is volgens haar de kans op langdurige klachten op die plek kleiner.
Een reconstructie gaat daarom niet alleen over hoe een borst eruitziet. Het gaat ook over herstel en weer prettig kunnen leven na kanker
Wat past het beste?
Dat maakt AFT niet automatisch de beste behandeling voor iedere vrouw. Een andere mogelijkheid is een implantaat, een kunstmatig zakje dat gevuld is met siliconengel of zoutwateroplossing. Welke keuze het beste past – AFT, DIEP of een implantaat – hangt af van de medische situatie, de lichaamsbouw en de wensen van de patiënt.
“De ene vrouw heeft jonge kinderen of een drukke baan en vindt snel herstellen heel belangrijk”, weet Tielemans. “Een ander wil juist graag lichaamseigen weefsel. We bespreken alle mogelijkheden en meestal gaat iemand daarna eerst naar huis om er rustig over na te denken.” Tijdens een volgend gesprek wordt samen bekeken welke reconstructie het beste past.
Voor vrouwen die eerder aan de borst zijn bestraald, wordt nog onderzocht of AFT een goede en veilige keuze is. Het Catharina Ziekenhuis doet mee aan dat vervolgonderzoek, zodat ook voor deze groep duidelijker wordt wat de beste mogelijkheden zijn.
Bestraling verkleint de kans dat borstkanker terugkomt, maar kan ook gezond weefsel blijvend veranderen. De huid kan bijvoorbeeld strakker worden. “Wat er tot nu toe in de medische literatuur over AFT na bestraling bekend is, ziet er positief uit”, vertelt Tielemans. “Maar we willen goed onderzoeken of deze reconstructie ook bij deze vrouwen veilig en effectief is.”
Géén cosmetisch probleem
Voor Tielemans hoort een borstreconstructie bij het herstel na kanker. “Een vrouw die al een heel borstkankertraject heeft doorgemaakt, komt hier niet voor haar plezier nog een operatie ondergaan”, zegt Tielemans. “Een borst missen is niet zomaar een cosmetisch probleem. Het kan iedere dag merkbaar zijn. Een beha zit niet goed, kleding valt scheef en sommige vrouwen hebben pijn. Een reconstructie gaat daarom niet alleen over hoe een borst eruitziet. Het gaat ook over herstel en weer prettig kunnen leven na kanker.”