Borstkanker

Bij borstkanker ontstaat er een kwaadaardige tumor in de borst. Borstkanker (dit noemen we ook wel mammacarcinoom) ontstaat niet altijd op dezelfde plek. Een tumor in de borst groeit meestal in de weefsels rond de klierbuizen en klierkwabjes, zoals het vetweefsel. Ook kan het in de tepel groeien, aan de huid of aan de borstspier vastgroeien.

Borstkanker komt vooral voor bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar. Maar het kan ook op andere leeftijden voorkomen. Soms is er ook sprake van een erfelijke factor. Ook mannen kunnen kanker in de borst krijgen, ongeveer 1 procent van de mensen met borstkanker is man. Informatie voor mannen met borstkanker vindt u op www.mannenmetborstkanker.nl.

Symptomen

Een plotse verandering aan een van uw borsten is vaak erg schrikken. Wanneer u de volgende veranderingen zelf opmerkt, is het verstandig om naar de huisarts te gaan:

  • een knobbeltje of deukje in de borst
  • recent ingetrokken tepel
  • verandering van de tepel: Roodheid, schilfertjes of een plekje dat op eczeem lijkt
  • bloederig of bruin tepelvocht
  • een wondje van de huid dat niet geneest
  • een borst die warm aanvoelt en rood verkleurd is
  • Zwelling in de oksel

Oorzaken

Het is niet duidelijk waardoor borstkanker ontstaat. Bij een klein deel (5 procent) van de patiënten is de oorzaak een genetische afwijking (BRCA 1 of 2, CHEK 2, p53 en PALB2 en ATM bijvoorbeeld). Deze vormen van borstkanker zijn erfelijk. Er is een aantal risicofactoren beschreven waarvan men denkt dat het mogelijk invloed zou kunnen hebben op het ontwikkelen van borstkanker:

  • Op jonge leeftijd de eerste menstruatie en op late leeftijd de overgang
  • Geen kinderen krijgen of pas na het 35ste jaar de eerste zwangerschap
  • Langdurig gebruik van de anticonceptiepil op jonge leeftijd
  • Ongezonde leefstijl; te weinig bewegen, teveel alcohol, roken en overgewicht

Vormen van borstkanker

Er zijn verschillende vormen van borstkanker:

Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS)

Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) is een voorstadium van borstkanker dat ontstaat in de melkgangen van de borst en wordt gezien op een mammografie met kalkspatjes (calcificaties). Er zijn dan afwijkende cellen ontstaan in het melkgangstelsel van de borst, die blijven delen. Hoe snel ze delen kan sterk verschillen. De cellen zijn niet binnengedrongen in het omliggende weefsel. De behandeling van DCIS heeft als doel het voorkomen van ontstaan van borstkanker in deze cellen. Vrouwen met DCIS ondergaan doorgaans een operatie, eventueel met bestraling.

Kwaadaardige tumoren

Van kwaadaardige tumoren (borstkanker) wordt gesproken wanneer de kankercellen zich verder verspreiden dan de plek waar ze zijn ontstaan (invasief). Dit is niet hetzelfde als uitgezaaide borstkanker. Bij uitgezaaide borstkanker verspreiden de kankercellen zich buiten de borst en oksel. Niet alle kanker in de borst hoeft van dezelfde soort te zijn. Er kunnen zich in één borst verschillende soorten kanker tegelijk voordoen, bijvoorbeeld zowel een ductaal als een lobulair carcinoom.

  • Invasief ductaal carcinoom ontstaat in de melkgangen en kan daarbuiten verder gaan groeien. Het invasief ductaal carcinoom is de meest voorkomende vorm van borstkanker en kan aanvoelen als een harde knobbel.
  • Invasief lobulair carcinoom ontstaat in de melkklieren. De tumor is vaak alleen te voelen als een algehele zwelling van de borst.

Hormoongevoelig of hormoonongevoelige borstkanker

Dit heet ook wel hormoon-positief en hormoon-negatief. Hormoongevoelig betekent dat hormonen de tumor kunnen stimuleren om te groeien en te delen. Wanneer de hormonen de tumor niet kunnen stimuleren om te groeien, spreek je van hormoon ongevoelige borstkanker. Dat is belangrijk om te weten voor de behandeling, hormonale therapie werkt namelijk alleen bij hormoongevoelige borstkanker. De hormonen waar de tumor gevoelig voor kan zijn, zijn oestrogeen en progesteron.

HER2/neu-gevoelige borstkanker

HER2/neu is een eiwit dat op je cellen zit. Het wordt ook wel HER2 genoemd, dit staat voor Humane Epidermale groeifactor Receptor 2. Als je te veel van dit eiwit op een cel hebt, wordt de groei te veel gestimuleerd en kan er kanker ontstaan. Je spreekt dan van HER2/neu -positieve kanker. Dit is belangrijk om te weten, omdat er medicijnen zijn die zich specifiek op dit eiwit richten. Deze doelgerichte therapie werkt alleen bij HER2/neu positieve kanker.

Triple negatieve borstkanker

Wanneer de kankercellen negatief zijn voor oestrogeen, progesteron en HER2/neu, spreek je van triple negatieve borstkanker. Drie keer negatief dus. Bij deze vorm van borstkanker hebben anti hormonale therapie en trastuzumab (merknaam Herceptin) dus geen effect.

Behandeling

Voor welke operatie gekozen wordt, hangt af van de grootte van de tumor en uw borst, de soort borstkanker en in hoeverre de ziekte verspreid is. Ook uw voorkeur als patiënt speelt hierbij een grote rol.

  • Operatie van de borst: De operatieve mogelijkheden zijn een borstsparende operatie of borstverwijderende operatie. Na een borstverwijderende procedure kan een borstreconstructie plaatsvinden, die door de plastisch chirurg wordt uitgevoerd.
  • Operatie van de lymfeklieren in de oksel

Een operatie in de oksel kan bestaan uit een sentinel nodes procedure, MARI-procedure of okselkliertoilet.

Radiotherapie

Na een borstsparende operatie volgt altijd een serie bestralingen als onderdeel van de behandeling. De gehele borst wordt uitwendig bestraald. In sommige gevallen kan er tijdens de operatie eenmalig bestraald worden Er wordt ook wel eens bestraling geadviseerd na het operatief verwijderen van de gehele borst. Dit is sterk afhankelijk van de tumorkenmerken en het stadium van de ziekte. Dit wordt bepaald in het multidisciplinaire team.

Als na een sentinel node procedure of MARI klier procedure blijkt dat er tumorcellen in de lymfeklieren zaten, dan wordt de oksel ook bestraald. Ook bieden wij de mogelijkheid om bestraling tijdens de operatie te verrichten (IORT). Dit kan niet in alle gevallen waarbij borstsparend behandeld wordt, maar geldt voor patiënten met bepaalde tumorkenmerken. Informeer hierna bij uw behandelend arts.

Behandeling van het hele lichaam

Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica.

Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking en bijwerkingen. Chemotherapie kunnen we als aanvullende behandeling geven. Dit kan vooraf of na een operatie.

  • Immunotherapie: Als u veel her-2 eiwit op de celbuitenkant van de borstkanker hebt en een aanvullende behandeling met chemotherapie krijgt, wordt u ook behandeld met immunotherapie.
  • Hormoontherapie: Met hormonale therapie wordt u behandeld als u een hormoongevoelige tumor hebt.

Na afloop van behandeling blijft u nog 5 tot 10 jaar onder controle. Bij de controles vraagt de arts of verpleegkundig specialist naar de gevolgen van de behandeling en mogelijke klachten. Ook wordt met u de verwerking van het behandeltraject besproken en de consequenties hiervan voor uw dagelijks functioneren. De controles zijn bedoeld om bijwerkingen van uw behandeling te signaleren en/of het mogelijk opnieuw optreden van kanker op te sporen.

Controle

Jaarlijks wordt er een mammografie uitgevoerd van de borst(en). De eerste mammografie zal ongeveer 1 jaar na de operatie plaatsvinden. Op diezelfde dag krijgt u direct de uitslag van het onderzoek. Scans van het gehele lichaam worden niet uitgevoerd, Er is gebleken uit wetenschappelijk onderzoek dat intensieve controle (middels laboratorium- en standaard beeldvormend  onderzoek) geen overlevingswinst geeft. De chirurg of verpleegkundig specialist zal met u bespreken hoe vaak u op controle komt en wat er dan precies onderzocht wordt. Dat kan verschillen, afhankelijk van uw specifieke tumor, risicofactoren, eventuele duur van de hormonale therapie en uw situatie en wensen. In het nazorgtraject blijft de verpleegkundig specialist uw aanspreekpunt.

Tijdens de controles is er ook aandacht voor de kwaliteit van leven. Bijvoorbeeld of u last heeft van bijwerkingen, of u kampt met psychische klachten. Alleen al de diagnose borstkanker geeft een enorme impact op het leven. Lichamelijk en psychosociaal kan de ziekte en de behandeling(en) grote gevolgen hebben. Onze focus ligt op persoonlijke aandacht en ondersteunende zorg daar waar nodig. De juiste zorg op de juiste plek geeft een positieve bijdrage in het omgaan met de ziekte. Soms kan het goed zijn om begeleid te worden door bijvoorbeeld een fysiotherapeut, huidtherapeut, psycholoog, maatschappelijk werk, diëtist of werk re-integratie experts.

Revalidatie

Patiënten worden gestimuleerd om voor, tijdens en na hun behandeling actief te blijven. Tijdens de behandeling met chemotherapie worden patiënten geadviseerd om deel te nemen aan het fysiotherapie programma Go-Fit. Na de behandeling van borstkanker kunnen patiënten deelnemen aan het herstelprogramma van Libra ter bevordering van de lichamelijk en psychisch welbevinden en het terugkeren in de maatschappij.

Palliatieve zorg

Wanneer er uitzaaiingen zijn in andere organen in het lichaam, spreken we over gemetastaseerde ziekte. Borstkanker is dan niet meer te genezen. Belangrijke doelstellingen bij de behandeling van borstkanker in dit stadium zijn het verlengen van het leven en het optimaliseren van de kwaliteit van leven door het verminderen van ziekte-gerelateerde symptomen. De medisch oncoloog begeleid u in dit stadium. Er kan ook een palliatief team betrokken worden.

© 2022 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden