Terwijl jij slaapt, waakt Mark over hartpatiënten: ‘Je weet nooit wat de nacht brengt’

22.50 uur. Terwijl voor de meeste mensen de dag erop zit, begint voor verpleegkundige Mark Coppens zijn werkdag pas. Op de hartbewaking van het Catharina Ziekenhuis neemt hij de zorg voor ernstig zieke hartpatiënten over. Het wordt een relatief rustige nacht als we hem volgen in het kader van de Week van de Nachtwerker. Maar rustig betekent hier nooit dat je achterover kunt leunen.

Mark loopt de afdeling op en krijgt van avonddienstcollega Jitske de overdracht. Welke patiënten liggen er? Wat is er de afgelopen uren gebeurd? En waar moet hij vannacht extra op letten? Het is niet de eerste nacht van zijn reeks. Een aantal patiënten kent hij al. Dat maakt het makkelijker. „Je kent de voorgeschiedenis. Je hoeft geen uitgebreide overdracht, het is genoeg om alleen de veranderingen en de bijzonderheden te horen.”

Samen met collega’s Ine en Heidy vormt Mark vannacht het verpleegkundige team. Ieder heeft eigen patiënten, maar ze moeten ook weten wat er op de andere kamers speelt. Daarom nemen ze na de individuele overdrachten gezamenlijk de situatie op de afdeling door. „Je moet altijd overzicht hebben over de hele afdeling. Je hoeft niet van alle patiënten alles te weten, maar je moet wel weten wat er aan de hand is.”

Mark Coppens wordt bijgepraat door zijn collega Jitske. Zij zorgde in de late middag en avond voor de patiënten die ze nu overdraagt aan hem. Foto's: Geert Piek/Catharina Ziekenhuis
Mark Coppens wordt bijgepraat door zijn collega Jitske. Zij zorgde in de late middag en avond voor de patiënten die ze nu overdraagt aan hem. Foto’s: Geert Piek/Catharina Ziekenhuis

Medisch steeds meer mogelijk en dat merkt Mark

De CCU staat voor Coronary Care Unit, ook wel hartbewaking genoemd. Hier liggen patiënten met ernstige hartproblemen die voortdurend in de gaten moeten worden gehouden. Bijvoorbeeld na een hartinfarct, bij gevaarlijke hartritmestoornissen of ernstig hartfalen. Hun hartslag, hartritme en bloeddruk worden nauwkeurig gevolgd. Als hun toestand plotseling verslechtert, moeten verpleegkundigen direct kunnen ingrijpen.

De patiënten op de CCU zijn door de jaren heen veranderd. Bij ernstige hartproblemen kunnen artsen tegenwoordig veel meer doen dan vroeger. Daardoor krijgen ook mensen met zeer ingewikkelde aandoeningen nog een behandeling. Dat merkt Mark op de afdeling. Hij ziet patiënten die een hartstilstand hebben overleefd, mensen met ernstig hartfalen en patiënten die vanuit andere ziekenhuizen worden overgebracht voor een gespecialiseerde ingreep. Soms zijn ze zo ziek dat ze beademd moeten worden. Het maakt zijn werk uitdagend. Want hoe meer er medisch mogelijk is, hoe belangrijker het wordt om goed te begrijpen wat er met een patiënt gebeurt en wanneer je moet ingrijpen.

De CCU van het Catharina Ziekenhuis heeft bovendien een bijzondere functie. Omdat het ziekenhuis gespecialiseerd is in complexe hartzorg, komen hier ook patiënten uit andere ziekenhuizen. Sommigen hebben een hartstilstand overleefd en worden nog beademd. Anderen wachten op een ingreep of herstellen daarvan. „Wij zijn niet alleen van het ECG (hartfilmpjes) lezen. Wij zijn van de hemodynamiek”, vertelt Mark. Hij bedoelt daarmee dat het niet genoeg is om een afwijkend hartritme op een beeldscherm te herkennen. Je moet vooral begrijpen wat dat ritme doet met de bloedsomloop en de toestand van de patiënt. „Ik heb liever dat je de link legt: ik zie dit in beeld en ik zie dat in bed.”

Op de centrale monitor zijn de hartritmes van verschillende patiënten te zien. Regelmatig klinkt er een alarm. Soms zacht, soms nadrukkelijker. Maar niet ieder piepje betekent dat er iets ernstigs gebeurt.

Mark bekijkt de beeldschermen.
Zijn patiënten slapen, Mark controleert of er nog bijzonderheden zijn die acuut ingrijpen vereisen.

Onmiddellijk handelen

Mark kijkt naar een van de schermen. Een patiënt heeft extra hartslagen, waardoor de monitor korte onderbrekingen in het ritme registreert. Dat was de vorige nacht ook al zo. Mark weet wat hij ziet en stelt de alarmgrens bij. Zo voorkomt hij dat het apparaat blijft waarschuwen voor iets wat al bekend is. „Als je niks doet met een alarm, dan stel je de grenzen bij, want dan heb je het niet nodig.”

Het klinkt eenvoudig, maar achter die beslissing zit ervaring. Te veel onnodige alarmen kunnen ervoor zorgen dat verpleegkundigen minder alert worden op signalen die wél belangrijk zijn. „Je wordt moe van al die piepjes. En het risico is dat je niet meer kijkt als er een piepje is.” En dat wil je niet, want een situatie kan in enkele seconden veranderen. Patiënten slapen, maar hun hartproblemen verdwijnen daarmee immers niet.

De afdeling beschikt over een speciale spoedkamer voor patiënten met een acuut hartinfarct. Zij kunnen rechtstreeks met de ambulance worden gebracht, ook vanuit andere ziekenhuizen. Op de CCU worden ze opgevangen en zo nodig gestabiliseerd, totdat het team klaarstaat om hen op de hartkatheterisatiekamer te behandelen. Daar kan een cardioloog bijvoorbeeld een afgesloten kransslagader openen met een ballonnetje en een stent.

Het ene moment kan het rustig zijn, het volgende moment kunnen meerdere patiënten tegelijk binnenkomen. Ook een reanimatie behoort tot de mogelijkheden. Dan moeten Mark en zijn collega’s onmiddellijk handelen. Ze verdelen de taken en krijgen zo nodig hulp van de Intensive Care.

Wat voor mij werkt, hoeft voor een ander niet te werken

Gouden tip voor nachtwerk is er niet

Maar vannacht is dat laatste niet nodig. Er is tijd om patiënten te controleren, de bewakingsapparatuur in de gaten te houden en elkaar te helpen. Dat laatste gebeurt bijna vanzelf. Als een collega even bezig is, neemt een ander iets over. Mark houdt van die samenwerking. En van de afwisseling. De ene nacht vraagt vooral om oplettendheid, de andere om snel handelen.

Rond half twee is het voor Mark tijd om te eten. Geen boterham, maar een warme maaltijd die hij van thuis heeft meegenomen. Voor hem is dat heel normaal. Zijn hele dagritme schuift op wanneer hij nachtdiensten draait. Na zijn werk gaat hij naar bed, ’s middags staat hij op en ’s nachts eet hij warm.

Mark heeft weinig moeite met het omgekeerde ritme. Sterker nog, hij draait graag nachtdiensten. Maar een gouden tip voor collega’s die daar meer moeite mee hebben, heeft hij niet. „Wat voor mij werkt, hoeft voor een ander niet te werken.” Ine en Heidy beamen dat. “Nu warm eten? We moeten er niet aan denken.” Iedereen ervaart nachtwerk anders en moet daarin zijn eigen weg vinden. Over één ding is hij wel stellig: goed slapen overdag is belangrijk. Wie denkt met vijf of zes uur slaap wel toe te kunnen, houdt dat volgens hem niet vol.

Mark draait juist graag nachtdiensten. „Het is een apart wereldje.” Overdag is het ziekenhuis een komen en gaan van patiënten, bezoekers en medewerkers. ’s Nachts is de afdeling veel meer op zichzelf aangewezen. Dat schept een band. De gesprekken met Ine en Heidy gaan dan ook lang niet altijd over het werk. Soms over serieuze zaken, soms over helemaal niets. Mark lacht. „Je kent elkaar echt zo door en door.”

Ik hoef niet iedere nacht een leven te redden om met een goed gevoel naar huis te gaan

Voldoening

Ook de vermoeidheid levert af en toe bijzondere momenten op. Hoe later het wordt, hoe makkelijker de slappe lach ontstaat. Maar zodra een patiënt hulp nodig heeft of een alarm klinkt, is iedereen weer scherp.

Tegen de ochtend komt het einde van de dienst in zicht. Mark maakt zich klaar voor de overdracht aan de dagdienst. Hij vertelt hoe het met zijn patiënten gaat, wat er gedurende de nacht is gebeurd en waar zijn collega’s rekening mee moeten houden. Daarna neemt de volgende ploeg de verantwoordelijkheid over.

Voor Mark zit het werk erop. De patiënten hebben een stabiele nacht gehad. Geen grote incidenten, geen hectische ingrepen. En dat is voor hem net zo goed een geslaagde dienst. „Ik hoef niet iedere nacht een leven te redden om met een goed gevoel naar huis te gaan. Als patiënten een stabiele nacht hebben gehad, tevreden zijn en lekker hebben geslapen, is mijn nacht ook geslaagd.”

Zo gauw hij de afdeling verlaat, laat hij het werk achter zich. Hij rijdt naar huis, waar voor de meeste mensen de dag juist begint. Voor Mark wacht zijn bed. En de voldoening van een nacht waarin geen acuut ingrijpen nodig was, maar de patiënten wel de zorg kregen die ze nodig hadden.

Mark laat de spoedkamer zien.
Mark laat de speciale spoedkamer voor patiënten met een acuut hartinfarct zien. Die wordt vaak gebruikt, maar niet in de nacht van deze reportage.

© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden