Ziekte van Ménière

Bij de ziekte van Ménière is er sprake van een niet goed werkend binnenoor. Veelal verloopt de ziekte van Ménière met aanvallen. Zo’n aanval gaat gepaard met duizeligheid, misselijkheid, braken en met het horen van geluiden die niet uit de omgeving komen: het oorsuizen.

Het binnenoor (slakkenhuis) bestaat uit drie ruimten. Deze ruimten zijn gevuld met vloeistoffen met een verschillende samenstelling. De middelste en bovenste ruimten zijn gescheiden door een dun vlies: het membraam van Reisner. De middelste ruimte is ook verbonden met het evenwichtsorgaan. Om nog steeds onbekende redenen kan er te veel vloeistof in de middelste ruimte ontstaan. Hierdoor neemt de druk in het oor toe waardoor het vlies naar buiten toe uitpuilt. Veel patiënten klagen van een drukgevoel voorafgaand aan de aanval. Door de toenemende druk wordt het vlies teveel uitgerekt waardoor dit kan scheuren. De vloeistoffen uit de verschillende ruimten vermengen zich met elkaar. Het gevolg is dat het gehoororgaan en het evenwichtsorgaan in de war raken. Hierdoor ontstaat gehoorverlies en oorsuizen (in het gehoororgaan) en duizeligheid (in het evenwichtsorgaan): er treedt een Ménière aanval op.

Symptomen
De verschijnselen wisselen van mild tot ernstig. Meestal verstaat men onder duizeligheid veel verschillende klachten. Onder anderen: draaien met neiging tot omvallen, knikkende knieën, zwart worden voor de ogen, zweven, een gevoel van dronkenschap, lichtheid of juist zwaarte in het hoofd, flauwvallen. Bij de ziekte van Ménière treden vooral in het beginstadium plotseling aanvallen op van draaiduizeligheid met valneiging. Meestal gaan deze aanvallen gepaard met misselijkheid, braken, bleek zien en koud zweet. Tijdens deze aanvallen, die meestal enkele uren duren, is het niet meer mogelijk de normale werkzaamheden te verrichten. De meeste mensen gaan naar bed wanneer een dergelijk aanval optreedt. Na een nacht slapen voelt men zich weer wat beter. Niet iedere aanval is even zwaar.

Kort na een eerste aanval, maar soms later, ontstaat gehoorverlies. Het gaat om een zogenoemde binnenoor slechthorendheid; dit betekent dat het slakkenhuis minder goed gaat functioneren. Meestal begint het gehoorverlies in de lage tonen. Na verloop van tijd kan ook het verstaan van spraak moeilijker worden. In het begin van de ziekte kan de mate van de slechthorendheid wisselend zijn. Sommige mensen hebben last van vervorming van geluid of ze ervaren geluid als te hard of onaangenaam.

Onderzoeken
Aan de hand van een aantal onderzoeken bepaalt de KNO-arts of u de ziekte van Ménière hebt. Ten eerste test de KNO-arts uw gehoor. Daarna krijgt u eventueel een evenwichtsonderzoek. Soms is het belangrijk bloedonderzoek te laten uitvoeren. Ook kan het nodig zijn onderzoek te doen naar het functioneren van de gehoorzenuw (BERA), of foto’s te maken met behulp van röntgenonderzoek (CT scan) of een MRI van het slakkenhuis en de gehoorzenuw. Zo nodig wordt een neuroloog of een internist geraadpleegd.

Behandeling
Omdat de oorzaak van Ménière niet bekend is, bestaat er ook geen afdoende behandeling. De behandeling is per patiënt verschillend. Soms schrijft de specialist medicijnen voor, soms kan een gehoortoestel uitkomst bieden. Een hulpmiddel tegen de duizeligheid dat bij sommige patiënten baat biedt is de prismabril. Deze bril beïnvloedt de stand van de ogen zodat het beeld rustiger wordt.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden