Hart- en Vaatcentrum optimaliseert zorgpaden voor toekomstbestendige cardiologische zorg

De vraag naar cardiologische zorg neemt al jaren toe. Door de vergrijzing en verbeterde behandelmethoden leven steeds meer mensen langer met hart- en vaatziekten. Tegelijkertijd staan ziekenhuizen voor de uitdaging om de zorg toegankelijk te houden. Daarom werkt het Catharina Hart- en Vaatcentrum continu aan het optimaliseren van zorgpaden.

Een zorgpad beschrijft de volledige route die een patiënt binnen het ziekenhuis doorloopt: van verwijzing en diagnostiek tot behandeling, controles en nazorg. Door die processen regelmatig tegen het licht te houden, wil het Hart- en Vaatcentrum ervoor zorgen dat patiënten de juiste zorg krijgen, op het moment dat die zorg daadwerkelijk nodig is.

“De zorgvraag groeit en we zien dat de druk op de cardiologische zorg verder toeneemt”, zegt cardioloog Thomas Mast. “Dat vraagt om een continue kritische opstelling: hoe vaak is zorg echt nodig en vindt die zorg op de juiste plek plaats? Zo houden we de cardiologische zorg ook in de toekomst toegankelijk en van hoge kwaliteit.”

Nieuwe inzichten en technologieën maken het mogelijk om sommige zaken slimmer te organiseren dan vroeger.

Beter inzetten van beschikbare kennis, technologie en capaciteit

Binnen de optimalisatie van zorgpaden wordt gekeken naar álle stappen die patiënten doorlopen. Daarbij speelt de vraag of bepaalde controles, afspraken of processen nog altijd de beste manier zijn om zorg te leveren.

“Veel onderdelen van onze zorg zijn in de loop der jaren ontstaan op basis van richtlijnen, ervaringen en de mogelijkheden die we op dat moment hadden”, legt Mast uit. “Maar de zorg ontwikkelt zich voortdurend. Nieuwe inzichten en technologieën maken het mogelijk om sommige zaken slimmer te organiseren dan vroeger.”

Dat betekent niet dat er wordt ingeleverd op kwaliteit of veiligheid. Integendeel, volgens Mast draait het juist om het beter inzetten van beschikbare kennis, technologie en capaciteit.

Als iemand stabiel is en de monitoring laat zien dat alles goed verloopt, moeten we ons afvragen welke toegevoegde waarde een standaard controle op de poli nog heeft

Dagelijks informatie

Een voorbeeld daarvan is de zorg voor patiënten met een pacemaker. Waar patiënten vroeger regelmatig naar het ziekenhuis kwamen voor controle, worden veel pacemakers tegenwoordig op afstand gecontroleerd.

“Met moderne monitoring ontvangen we dagelijks informatie over het functioneren van een pacemaker”, legt Nard Rademakers, elektrofysioloog in het Catharina Ziekenhuis, uit. “Daardoor weten we vaak veel sneller wanneer er iets aan de hand is dan tijdens een routinematige controleafspraak die misschien maar één keer per jaar plaatsvindt. Dit laatste zijn we gewend te doen, maar de vraag is of we op die manier de schaarse capaciteit optimaal gebruiken.”

Volgens Rademakers biedt dat kansen om de zorg anders in te richten. “Als iemand stabiel is en de monitoring laat zien dat alles goed verloopt, moeten we ons afvragen welke toegevoegde waarde een standaard controle op de poli nog heeft. Tegelijkertijd kunnen we direct handelen wanneer er wel een signaal of afwijking binnenkomt. Dat maakt de zorg gerichter en efficiënter.”

We zullen onze zorg voortdurend blijven evalueren. De vraag die daarbij centraal staat is steeds dezelfde: draagt wat we doen daadwerkelijk bij aan betere zorg voor onze patiënten?

Geruststelling voor patiënten

Veranderingen in zorgpaden kunnen voor patiënten wennen zijn. Veel mensen zijn jarenlang gewend geweest aan vaste controleafspraken en ervaren die als een geruststellend moment. “Dat begrijpen we heel goed”, zegt Mast. “Een controleafspraak geeft vaak vertrouwen. Daarom vinden we het belangrijk om goed uit te leggen waarom we bepaalde keuzes maken.”

Volgens hem blijft het uitgangspunt onveranderd: patiënten krijgen de zorg die past bij hun situatie. “We kijken scherper naar het moment waarop een controle echt meerwaarde heeft. Bij stabiele patiënten kan monitoring op afstand soms meer informatie geven dan een standaard afspraak op de poli. En als er aanleiding is, kunnen we juist sneller in actie komen.”

Thomas Mast. Foto: Jarno Verhoef/Catharina ZIekenhuis
Thomas Mast. Foto: Jarno Verhoef/Catharina ZIekenhuis

Goede samenwerking met huisartsen

Ook voor huisartsen is het belangrijk dat veranderingen in zorgpaden helder en werkbaar zijn. Daarom zoekt het Hart- en Vaatcentrum nadrukkelijk de samenwerking met deze artsen. “Goede cardiologische zorg stopt niet bij de muren van het ziekenhuis”, zegt Mast. “Juist door duidelijke afspraken te maken met huisartsen kunnen we patiënten beter begeleiden. Specialistische zorg blijft beschikbaar wanneer die nodig is, terwijl stabiele patiënten op een passende manier gevolgd kunnen worden.”

Het optimaliseren van zorgpaden is volgens Mast geen eenmalig project, maar een doorlopend proces. “We zullen onze zorg voortdurend blijven evalueren. De vraag die daarbij centraal staat is steeds dezelfde: draagt wat we doen daadwerkelijk bij aan betere zorg voor onze patiënten? Door daar kritisch naar te kijken, kunnen we ervoor zorgen dat de cardiologische zorg ook in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit blijft.”

De ontwikkelingen binnen het Catharina Hartcentrum sluiten aan bij een bredere beweging binnen de cardiologie. De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) presenteerde onlangs een landelijke zogeheten de-implementatieagenda onder het motto ‘Minder doen, meer betekenen’. Daarin worden cardiologen opgeroepen kritisch te kijken naar diagnostiek, controles en behandelingen die weinig toevoegen voor de patiënt. Het doel is niet om zorg af te bouwen, maar om beschikbare capaciteit in te zetten waar die de meeste waarde heeft voor patiënten.


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden