Kankerzorg in 25 jaar: ‘Bijna alles is veranderd!’

Ieder jaar wordt op Wereldkankerdag, zondag 4 februari, wereldwijd stilgestaan bij de impact van kanker. Wanneer je met kanker wordt geconfronteerd, staat je wereld op z’n kop. De ziekte en de behandeling daarvan hebben niet alleen een enorme impact op het lichaam, maar zijn voor veel mensen ook emotioneel en sociaal zeer ingrijpend. Deze week staan we stil bij iedereen die met deze ziekte te maken heeft. Vandaag een portret van prof. dr. Harm Rutten over 25 jaar kankerzorg in Nederland.

Kankerzorg in Nederland heeft de laatste 25 jaar een enorme vlucht genomen. Oncologisch-chirurg prof. dr. Harm Rutten (61) stond in 1991, als één van de eerste chirurg-oncologen in een niet-universitair ziekenhuis in Nederland, aan de basis van kankerzorg zoals wij deze nu kennen. “In die beginjaren konden we niet veel meer dan de tumor operatief verwijderen. Beeldvormende technieken zoals een CT-scan of MRI stonden nog in de kinderschoenen.”

De omvang van de tumor zagen de chirurgen pas tijdens de operatie. Rutten: “We opereerden op zicht en tast. Met als resultaat dat vaak niet de hele tumor werd verwijderd en de kanker dus terugkwam bij de patiënt. Dat was frustrerend. De uitdaging om tot een betere diagnostiek en dus betere behandeling te komen, bleven me bezighouden. Daar heb ik nachten van wakker gelegen.”

Tekstboek in OK

Als jonge dokter raakte Rutten gefascineerd door tumoren. Chirurgische oncologie als specialisme bestond nog niet. Het was een onderdeel van de algemene chirurgie. Zijn gedachten gaan terug naar die tijd: “Als algemeen chirurg verrichtte je ingrepen op het gebied van vaatchirurgie, traumatologie, kinderchirurgie of oncologie. Je zag alles voorbij komen. Sommige ingrepen kwamen echter zo weinig voor dat je de leerboeken moest raadplegen, de tekstboeken met beschrijvingen van de operatie gingen soms zelfs mee de operatiekamer op. Dat kun je je nu niet meer voorstellen”, vertelt Rutten.

Pionier

Rutten mag met recht een pionier binnen de kankerzorg genoemd worden. “De beste zorg bieden aan mijn patiënten, in welk ziekenhuis dan ook, is voor mij altijd het allerbelangrijkste geweest. Of ik een pionier op mijn gebied ben geweest, de beste ben of in het beste ziekenhuis werk, dat heeft me nooit geïnteresseerd. Ik heb niets met ‘lijstjes’ die de diverse media publiceren, dat zegt niks. Je kunt niets in je eentje, alleen door samen te werken, kun je stappen zetten. Je doet het met zijn allen”, aldus Rutten.

Samenwerking

En juist de samenwerking met andere specialisten uit diverse ziekenhuizen heeft geleid tot ontwikkeling van verschillende nieuwe behandelingen door de jaren heen. “Dat was een mooie tijd, je zette met elkaar grote stappen op het gebied van kankerzorg. Het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ), inmiddels opgegaan in het landelijke Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), heeft hierin een zeer belangrijke rol gespeeld. Als een van de oudste kankerregistraties in Nederland, verzamelden zij data, brachten specialisten bij elkaar van diverse disciplines om nieuwe inzichten met elkaar te bespreken, in te voeren of onderzoek op te starten. Onze stelling was toen dat elke patiënt er in zijn eigen ziekenhuis vanuit moest kunnen gaan, de beste zorg te krijgen. Kwaliteitsregistratie werd openlijk tussen ziekenhuizen gedeeld. Betere resultaten uit een ander ziekenhuis, konden we dus direct ten goede laten komen aan onze patiënten”, benadrukt Rutten, “de WHO betitelt nu al bijna tien jaar de Nederlandse kankerzorg als de beste in de wereld.”

Patiënten

Op de vraag of patiënten in de afgelopen 25 jaar zijn veranderd, reageert Rutten bevestigend. Rutten: “Patiënten zijn beter geïnformeerd, zijn mondiger en denken mee. Nu heeft dit een hippe naam gekregen; shared decision making. Maar aan de houding van de specialist is niets veranderd, ook vroeger trachtte je tot de best passende oplossing te komen voor je patiënt. Het grote verschil met vroeger is dat we veel meer behandelopties hebben voor onze kankerpatiënten, er valt nu ook daadwerkelijk iets te kiezen. Ook de mogelijkheid om niet te behandelen, heeft een duidelijkere positie gekregen.”

Kwaliteit van leven

Dat niet alleen ‘overleven’, maar ook de kwaliteit van leven een belangrijke plaats heeft gekregen, wordt binnen het Catharina Kanker Instituut al jaren erkend. “Vroeger, toen veel mensen aan kanker dood gingen, was het enige doel dit te voorkomen. Nu is de uitkomst een veel ruimer begrip geworden. Niet alleen overleven, maar ook de kwaliteit van leven, het beperken van complicaties en het voorkomen van functionele beperkingen worden meegenomen. Al deze uitkomsten bepalen mede de keuzes van patiënten. Samenwerking binnen het ziekenhuis met andere disciplines is cruciaal om onze patiënten hierin te kunnen bedienen. De expertise die binnen het Catharina Ziekenhuis, een niet-universitair ziekenhuis, voor handen is, is uitzonderlijk te noemen. We hebben hier een multidisciplinair kankercentrum, overal staat de logistiek rondom de patiënt centraal. Wat mij betreft is dit de beste verbetering ten opzichte van vroeger.”

Toekomst

Op de vraag of kanker in de toekomst verdwijnt, is Rutten duidelijk. “Nee! We zullen steeds beter begrijpen hoe kanker in de cel ontstaat en er zullen door onderzoek behandelingen komen die op celniveau correcties uitvoeren. Hierdoor zullen grote kankeroperaties, die ik mijn hele leven heb uitgevoerd, misschien overbodig worden. Echter, instabiliteit van ons DNA heeft evolutie mogelijk gemaakt en ‘foutjes’ die onder andere verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van kanker en vele andere ziektes zijn hier een onafscheidelijk bijproduct van. Ook weten we dat omgevingsfactoren zoals fijnstof, uitlaatgassen en levenswijze zoals overgewicht en bijvoorbeeld roken een belangrijke rol spelen. En die lijken al net zo onafscheidelijk te zijn van ons menszijn”, besluit hij.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden