Hiv-Behandelcentrum

Hiv-behandelcentrum

040 - 239 59 00

Route: 081

Het Catharina Ziekenhuis is door de overheid aangewezen als één van de 25 centrumziekenhuizen gespecialiseerd in zorg voor mensen met een hiv-infectie.

Hiv-behandelcentrum

Met ruim 700 patiënten is het Catharina Ziekenhuis een van de grotere erkende behandelcentra in Nederland. Het hiv-behandelcentrum is een apart onderdeel binnen de vakgroep Inwendige geneeskunde. Het behandelteam heeft veel ervaring in de begeleiding en de behandeling van patiënten met een hiv-infectie.

Het hiv-behandelteam

Het hiv-behandelteam houdt zich voornamelijk bezig met de directe behandeling van patiënten. Dit doet het team door topklinische zorg te bieden met betrekking tot de behandeling van hiv. Ook biedt het behandelteam optimale psychosociale ondersteuning aan mensen met hiv. Het team screent structureel op de aanwezigheid van risicofactoren voor ziekten die vaker voorkomen bij hiv.

Het behandelteam draagt haar kennis uit aan diverse beroepsgroepen binnen en buiten het ziekenhuis, maar ook aan patiënten(verenigingen). Wij dragen vanuit maatschappelijk oogpunt bij aan de preventie van het overdragen van hiv door voorlichting, behandeling van seks-/prikaccidenten met een kuur met hiv-remmers (PEP-behandeling) en door het organiseren van een breed scala aan patiëntgerichte bijeenkomsten. Daarnaast zijn wij te consulteren door de GGD en huisartsen omtrent de preventieve behandeling van hiv middels PrEP. Indien de GGD en de huisarts niet kunnen voorzien in een PrEP behandelingen, kunnen patiënten eventueel bij ons terecht.

Hiv-spreekuur

Als u van de huisarts, medisch specialist of bijvoorbeeld de GGD te horen krijgt dat u hiv-positief getest bent, neemt hij of zij contact op met de polikliniek Inwendige geneeskunde van het Catharina Ziekenhuis. Er wordt een afspraak met u gemaakt voor een intakegesprek. Dit kan vaak al de volgende dag, maar wordt in ieder geval gepland binnen 3 dagen (inclusief weekenddagen). Tijdens de eerste afspraak geeft de verpleegkundig specialist uitgebreid informatie over de diagnose hiv. U krijgt een bloedonderzoek, waarbij de zorgverleners kijken naar uw algehele gezondheid, de afweer, het aantal virusdeeltjes, andere bijkomende infectieziekten en de gevoeligheid van het virus voor eventuele therapie.

PrEP

Het hiv-behandelcentrum van het Catharina Ziekenhuis biedt uw huisarts de mogelijkheid met ons te overleggen op het moment dat u de wens heeft PrEP te gebruiken. PrEP is een medicamenteuze behandeling ter voorkoming van infectie met hiv voor hoog risico contact. Mocht uw huisarts onvoldoende ervaring hebben met PrEP en dit liever niet voorschrijven, dan kunt u zich wenden tot de GGD. Op de website van de GGD vindt u meer informatie over het PrEP-programma bij de GGD. Op termijn is het de bedoeling alle PrEP-zorg over te dragen aan de huisarts en de GGD.

Wetenschappelijk onderzoek

Het Hiv-behandelcentrum levert een bijdrage aan onderzoek van de Stichting Hiv Monitoring (SHM). SHM verzamelt, analyseert en rapporteert anoniem over data van mensen met hiv in Nederland. Deze gegevens worden verzameld voor wetenschappelijke doeleinden. Het onderzoek van SHM leidt tot adviezen aan behandelaars, patiënten, overheid en de zorg.

Veel gestelde vragen

  • U kunt zich via uw eigen huisarts laten onderzoeken op soa. Let er daarbij op dat er op de juiste plaats kweken worden afgenomen. Ook kunt u contact opnemen met de soapoli van de GGD.

  • Aids is de afkorting van Acquired Immune Deficiency Syndrome dat ‘verworven immuun deficiëntie syndroom’ betekent. Dit wil zeggen dat er in het afweersysteem een stoornis is opgetreden. Aids wordt veroorzaakt door hiv. Hiv tast het immuunsysteem aan waardoor de afweer sterk daalt en er opportunistische infecties (gelegenheidsinfecties) en tumoren kunnen ontstaan. Gelegenheidsinfecties zijn infecties die alleen voorkomen als de afweer flink verlaagd is. De combinatie van hiv en een bijkomende ziekte wordt aids genoemd.

  • Hiv is de afkorting voor Human Immunedeficiency Virus. ‘Humaan’ betekent menselijk en ‘immunodeficiëntie’ betekent een aantasting van het immuunsysteem. Hiv is een virus dat de afweer bij mensen verzwakt. Dit virus is in 1983 ontdekt en herkend als de veroorzaker van de ziekte aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome: verworven immuun deficiëntie syndroom). Dit virus behoort tot de zogenaamde retrovirussen.

    Als hiv niet wordt behandeld, kan dit leiden tot aids. Het afweersysteem kan hiv namelijk niet zelf opruimen. Als het virus met medicijnen is onderdrukt, kunnen mensen met hiv geen aids krijgen en hiv niet overdragen.

  • Het hiv-virus zit in bloed, sperma, vaginaal vocht en in de moedermelk van iemand die besmet is. Het virus kan op verschillende manieren op een ander worden overgedragen:

    • onveilig vrijen: zonder condoom
    • als besmet bloed in de bloedbaan terecht komt door bijvoorbeeld:
      • delen van besmette naalden (bijvoorbeeld ook besmette naalden bij drugsgebruik)
      • per ongeluk aan een besmette naald prikken
      • steekwonden
    • een moeder met hiv kan het virus overdragen op haar kind:
      • tijdens de zwangerschap of bevalling (via het bloed)
      • het geven van borstvoeding

    U kunt niet besmet raken met hiv door:

    • handen geven
    • zoenen/tongzoenen
    • gebruik van wc-bril
    • gebruik van andermans bestek, glas, etc.
    • muggen
    • beddengoed
    • schoonmaken: gebruik wel handschoenen als urine, ontlasting of bloed dat opgeruimd moet worden en het virus niet onderdrukt is.
  • Er is een risico op een hiv-infectie na onbeschermd seksueel contact (seks zonder condoom) met iemand die geïnfecteerd is met hiv. Onbeschermd seksueel risico is:

    • anale seks zonder condoom
    • vaginale seks zonder condoom
    • door sperma of menstruatiebloed in de mond

    Bloed en sperma bevatten hoge concentraties van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk.

    Een hiv-infectie kan niet ontstaan via speeksel, zweet, traanvocht. Via urine of ontlasting is het alleen mogelijk als hier bloed in zit. Het hiv-virus overleeft niet lang in opgedroogd bloed. De kans dat iemand besmet raakt via opgedroogd bloed is klein. Risico op een hiv-infectie is ook mogelijk via een prik met een besmette naald.

  • Is er een vermoeden van een mogelijke hiv-besmetting? Dan kunt u zich melden bij de GGD tot uiterlijk 72 uur na het contact. De GGD zal dan nagaan of u in aanmerking komt voor een PEP-kuur (Post Exposure Profylaxe kuur). Deze kuur bestaande uit hiv-remmers die gedurende een maand
    worden ingenomen. Na deze behandeling is de kans op een hiv-infectie verminderd. Als de GGD gesloten is kunt u bij de Spoedeisende Hulp van van het Catharina Ziekenhuis terecht voor advies en onderzoek. Is het risicovolle contact langer geleden dan 72 uur, dan kunt u een hiv-test via uw huisarts of soa-poli bij u in de buurt laten doen.

  • PEP is de afkorting van Post Exposure Prophylaxis:
    Post = nadat
    Exposure = blootstelling aan het hiv
    Prophylaxis = behandeling als preventie

    Er is geen genezing als hiv zich eenmaal binnen de cel heeft vermenigvuldigd. Een PEP-kuur bestaat uit hiv-remmers die gedurende een maand worden ingenomen. PEP voorkomt dat het hiv-virus zich in de cel kan vermenigvuldigen. De geïnfecteerde cel sterft af zonder hiv-deeltjes geproduceerd te hebben. Hoe eerder de PEP-kuur wordt gestart na blootstelling aan hiv, hoe groter de kans is dat hiermee een hiv-infectie wordt voorkomen.

    Een PEP-kuur wordt binnen 4-72 uur gegeven. Na 72 uur is uit onderzoek gebleken dat een PEP-kuur niet meer effectief is. Is er een vermoeden van een mogelijke hiv-besmetting? Dan kunt u zich melden bij de GGD tot uiterlijk 72 uur na het contact. De GGD zal dan nagaan of u in aanmerking komt voor een PEP-kuur. Als de GGD gesloten is kunt u bij de Spoedeisende Hulp van het Catharina Ziekenhuis terecht voor advies en onderzoek. Is het risicovolle contact langer geleden dan 72 uur dan kunt u een hiv-test via uw huisarts of soa-poli bij u in de buurt laten doen.

    Over PEP:

    • PEP is een kuur van een maand bestaande uit hiv-remmers
    • PEP wordt binnen 72 uur na blootstelling aan hiv gegeven
    • PEP heeft bijwerkingen (zoals hoofdpijn, misselijk, diarree)
    • PEP verkleint de kans op een hiv-infectie
  • PrEP is in tegensteling tot PEP, een medicamenteuze behandeling ter voorkoming van infectie met hiv voor hoog risico contact. Loopt u hoog risico op hiv, dan kunt u contact opnemen met uw huisarts. Mogelijk verwijst uw huisarts u door naar de GGD om PrEP voor te schrijven. Ook kan uw huisarts ons consulteren om het voorschrijven van PrEP op afstand te begeleiden. Tot slot is het mogelijk dat u bij ons terecht komt voor het voorschrijven van PrEP, bijvoorbeeld omdat uw huisarts onvoldoende ervaring heeft met PrEP en u niet binnen de groep van de GGD valt. Helaas zullen de kosten dan, door het verbruiken van uw eigen risico en hogere prijs voor de PrEP dan via de GGD, aanzienlijk hoger liggen.

    Controle van bloeduitslagen tijdens het gebruik van PrEP is essentieel. Daarom zullen wij slechts beperkte recepten uitschrijven. Ook verstrekken wij geen nieuw recept op het moment dat u zich van controles onthoudt.

    Op de website van de GGD vindt u meer informatie over het PrEP-programma bij de GGD.
    Voor PrEP-zorg wordt de “HIV Pre-expositie profylaxe (PrEP) richtlijn Nederland” van de NVHB aangehouden. In de richtlijn die uw huisarts gebruikt, de NHG Standaard omtrent het soa consult, wordt ook verwezen naar deze richtlijn.

  • Via een hiv-test wordt er gekeken of er antistoffen tegen het hiv-virus in het bloed aanwezig zijn. Worden deze antistoffen gevonden? Dan is deze persoon geïnfecteerd met het hiv-virus. Antistoffen worden pas na een aantal weken na de besmetting aantoonbaar. Daarom wordt aangeraden om in ieder geval 3 maanden na een onveilig contact een hiv-test te doen.

    Meestal wordt er twee keer een test gedaan waarbij het bloed op twee verschillende manieren op antistoffen tegen hiv getest wordt. De eerste test heet ELISA (of EIA). De tweede test wordt ‘Western Blot’ genoemd. Het duurt ongeveer een week voordat de uitslag bekend is.

    Het bloed kan ook gecontroleerd worden met een sneltest. Voor de hiv-sneltest wordt met een vingerprik een druppel bloed afgenomen. Dit bloed wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van antistoffen. Is de sneltest positief? Dan wordt er ook altijd een gewone hiv-test gedaan om de uitslag te bevestigen.

  • CD4-cellen zijn witte bloedcellen. Ze worden ook wel de t-lymfocyt of t-helpercel genoemd. CD4-cellen zijn een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Ze beschermen het lichaam tegen het binnendringen van virussen, parasieten, bacteriën en schimmels. Het hiv-virus bindt zich specifiek aan CD4-cellen. Het virus gebruikt deze CD4-cellen om zich te vermenigvuldigen. Het virus oefent ook een schadelijke invloed op deze cellen uit waardoor ze na verloop van tijd verloren gaan. Het aantal CD4- cellen geeft aan hoeveel afweercellen per millimeter bloed er zijn. Dit geeft aan hoe het met het afweersysteem gesteld is. Iemand met een gezonde afweer heeft tussen de 500 en 1500 CD4-cellen per milliliter bloed.
    Heeft u veel CD4-cellen? Dan functioneert het afweersysteem goed. Zijn er te weinig CD4 cellen? Dan loopt u het risico op het krijgen van een infectie. Dit komt doordat het afweersysteem niet meer in staat is om alle ziektekiemen tegen te houden. Heeft u minder dan 200 CD4-cellen? Dan is er een risico op het krijgen van een opportunistische infectie. Uw specialist zal dit dan met u bespreken en zo nodig preventief antibiotica geven.

    De viral load geeft aan hoeveel kopieën van het hiv-virus per milliliter in het bloed gemeten is. Dus hoe hoog de virale belasting is. Het hiv-virus vermenigvuldigt zich voornamelijk in de CD4-cel, die door dit proces afsterft. Op dat moment komt het virus vrij in het bloed. Deze virusdeeltjes gaan op zoek naar nieuwe CD4-cellen om zich te vermenigvuldigen. Een tijd lang kan het afweersysteem het volhouden om het virus onder controle te houden en worden er ook nog voldoende nieuwe CD4-cellen gemaakt. Maar in de loop der tijd zijn er te veel kopieën van het hiv-virus in het bloed. Er is dan een hoge virale load en een laag aantal CD4-cellen omdat deze vernietigd zijn door de virusdeeltjes. Zodra het virus met medicatie is onderdrukt, wordt de viral load “niet detecteerbaar”. Het virus is nog wel aanwezig, maar niet te meten en ook niet over te dragen. De CD4-cellen en viral load worden in het laboratorium bepaald. Meestal gaat u 2 weken voor uw afspraak bij uw arts naar het laboratorium om deze bepalingen te laten doen. Na uiterlijk 2 weken is de uitslag bekend en wordt deze tijdens uw afspraak met u besproken.

  • Regelmatige controle is nodig om in de gaten te houden hoe goed het afweersysteem functioneert. Na een aantal maal een niet detecteerbare viral load, zullen de CD4-cellen niet meer altijd gecontroleerd worden. Inname van medicatie is het belangrijkst.

  • Ja, deze vallen onder het basispakket en worden dus vergoed. Wel moet de eigen bijdrage voor de zorgverzekering betaald worden.

  • Een recept voor uw medicatie ontvangt u tijdens het periodieke bezoek aan uw medisch specialist of verpleegkundig specialist. Herhaalrecepten kunt u ook tijdens kantooruren aanvragen via 040 – 239 95 00. Wij adviseren u om uw recepten tijdig te bestellen. Uw apotheek zal de medicatie namelijk veelal moeten bestellen.

  • Als u hiv-medicatie gebruikt dan is het advies om niet te stoppen. Uit ervaring met therapieonderbrekingen is gebleken dat de oplopende viral load moeilijk opnieuw ondetecteerbaar wordt als u weer start met inname van hiv-medicatie. Ook is er een risico op resistentie van het virus. De huidige hiv-medicijnen geven weinig bijwerkingen. Hierdoor is het minder belastend om de medicijnen door te blijven slikken.

  • In de regel start u zo spoedig mogelijk na de diagnose hiv met medicatie. Gewoonlijk is dit na 2 tot 4 weken na uw eerste bezoek aan onze polikliniek. Het advies om te starten met combinatietherapie kan van verschillende factoren afhangen. Uw behandelend arts en verpleegkundig specialist beoordelen uw medische situatie en hoe snel gestart kan worden met behandeling.

    De vaste richtlijnen waarbinnen het starten van combinatietherapie geadviseerd wordt staan op de website van de Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren (NVHB).

    Daarnaast is het belangrijk dat u, voordat u met de combinatietherapie start, alle benodigde informatie van uw behandelend arts en verpleegkundig specialist heeft gekregen.

  • Het is belangrijk dat u de medicijnen zo snel mogelijk inneemt als u erachter komt dat u een dosis heeft overgeslagen. Daarna kunt u weer gewoon verder met uw schema. Weet u niet meer of u uw medicijnen heeft ingenomen? Dan is het toch verstandig de medicatie alsnog in te nemen. Komt u er pas achter dat u een dosis vergeten bent, terwijl u alweer de volgende dosis moet innemen (of kort daarvoor)? Neem dan op de normale tijd uw pillen in. Over het algemeen is het dan niet nodig een dubbele dosis in te nemen. Dit kan echter per medicijn verschillen. Informatie over uw specifieke medicijn vindt u in de folder die u meekrijgt bij de start van het medicijn. Neem in geval van vragen contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  • Gaat u naar het buitenland en gebruikt u medicatie? Dan is het verstandig vooraf bij de verpleegkundig specialist een douanebriefje te vragen. Dit is een brief in het Engels waarin staat dat de medicatie die u bij zich heeft nodig is voor de behandeling van een chronische ziekte. Als de
    douanier ernaar vraagt kunt u de brief tonen. Wij raden aan om de brief en de medicatie mee te nemen in uw handbagage. Bagage die in het ruim vervoerd wordt kan kwijtraken of een paar dagen later aan komen op de plaats van bestemming. Neem voldoende medicatie mee voor het hele verblijf en een aantal extra tabletten voor het geval er vertraging is.

    Als er een aantal uur tijdverschil is overleg dan vooraf met de verpleegkundig specialist over de inname tijden van de medicatie. Zit er minder dan 2 uur verschil tussen de lokale tijd en de Nederlandse tijd? Dan kunt u zonder problemen uw gebruikelijke schema aanhouden. Is het tijdverschil groter, dan kan een verschuiving van het innameschema noodzakelijk zijn. Hiervoor kunt u contact opnemen met de polikliniek of kijken op de site van de hiv vereniging. Verreweg de meeste landen hebben geen inreisbeperkingen voor mensen met hiv. Wilt u weten of een land inreisbeperkingen heeft voor toeristen of als u in het buitenland wilt werken? Dan kunt u dat nakijken op www.hivtravel.org

    Voor sommige landen heeft u vaccinaties nodig. Als dat het geval is kunt u zich het beste laten adviseren bij de reizigersvaccinatie. Als u twijfelt of vaccinaties en mailariatabletten gelijktijdig kunnen worden gebruikt met uw hiv-medicatie, overleg dan met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  • Niet alle klachten die optreden hebben te maken met de hiv-infectie. Uw huisarts is uw eerste aanspreekpunt. Bent u bijvoorbeeld net begonnen met medicatie? Dan kunnen er mogelijk bijwerkingen optreden. Meestal zijn deze bijwerkingen al met arts of verpleegkundig specialist besproken tijdens de uitleg over de medicatie. In dit geval kunt u contact opnemen met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist voor overleg..

  • Voor het maken van een nieuwe afspraak of voor het verzetten van een afspraak met uw specialist kunt u contact opnemen met de secretaresse van het hiv-team 040 – 239 59 00.

  • Jaarlijkse griepvaccinaties worden aanbevolen voor alle hiv-patiënten. Bij lage CD4-aantallen moet rekening gehouden worden met verminderde effectiviteit van het vaccin. Uw behandelend arts zal dit met u bespreken. Conform de richtlijn, de NHG standaard, vindt griepvaccinatie plaats in de huisartspraktijk.

    Deze adviezen gelden niet alleen voor de seizoengriep vaccinaties, maar ook voor pandemische griepvaccinaties.

  • Adviezen m.b.t. inname van anti‐hiv middelen na braken uit richtlijnen HIV:

    Als geneesmiddel nuchter is ingenomen:

    • Binnen 1 uur na inname: opnieuw medicatie innemen.
    • Langer dan 1 uur na inname: niets innemen.
    • Bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel: altijd medicatie opnieuw
      innemen.

    Als geneesmiddel met voedsel is ingenomen:

    • Binnen 3 uur na inname: opnieuw medicatie innemen.;
    • Langer dan 3 uur na inname: niets innemen.;
    • Bij aanwezigheid van restanten medicatie in braaksel: altijd medicatie opnieuw

    Toelichting: geneesmiddelen die nuchter worden ingenomen bereiken in het algemeen binnen 1 uur de maximale concentratie in het bloed: bij inname met voedsel is de snelheid waarmee een geneesmiddel wordt opgenomen sterk vertraagd omdat door voedsel de maaglediging wordt vertraagd. Piekconcentraties worden dan in het algemeen niet eerder dan 3 uur na inname gezien. Door herhaalde inname van medicatie neemt de kans op bijwerkingen weliswaar toe, maar dit weegt op tegen de kans op resistentievorming als gevolg van onvoldoende opname van het geneesmiddel. Als bij herhaalde toediening braken blijft optreden dient de oorzaak van het braken opgespoord te worden en kunnen eventueel tijdelijk medicatie hiervoor worden gegeven. Als na braken opnieuw medicatie moet worden ingenomen is het aan te raden daar even rustig voor te gaan zitten, wat water te drinken, en dan pas nieuwe medicatie in te nemen.

    NB. Deze adviezen prevaleren boven eventueel afwijkende teksten in bijsluiters van de bijbehorende medicamenten.

  • N=N staat voor Niet detecteerbaar is niet overdraagbaar. Mensen met hiv en een niet detecteerbare viral load, kunnen het virus niet overdragen. Op de site van de hiv vereniging vindt u meer informatie.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden