Let op: Wegwerkzaamheden A58 richting Eindhoven: extra reistijd 3-6 juli 2026

Crème of operatie? Onderzoek moet effect bij voorstadia van baarmoederhalskanker voorspellen

Een crème in plaats van een operatie: voor vrouwen met een voorstadium van baarmoederhalskanker klinkt het als een veelbelovend alternatief. Maar de behandeling is lang, kan bijwerkingen geven en het werkt niet bij iedereen. Onderzoeker Caroline Muntinga van het Catharina Ziekenhuis wil daarom vooraf kunnen voorspellen wie er baat bij heeft.

Dinsdag promoveerde ze aan de Universiteit van Maastricht en met haar onderzoek zet ze een belangrijke stap richting persoonlijkere zorg en mogelijk minder operaties voor vrouwen met een kinderwens.

Een kleine operatie is nu nog vaak de standaardbehandeling voor vrouwen met een voorstadium van baarmoederhalskanker. Maar die ingreep, een zogenoemde lisexcisie, heeft een nadeel: de kans op een vroeggeboorte neemt toe. Dat is moeilijk, want veel vrouwen hebben nog een kinderwens.

Muntinga kijkt daarom naar een alternatief: behandeling met een crème genaamd imiquimod. “Met deze crème kun je het voorstadium behandelen zonder operatie”, zegt ze. “Maar het werkt niet bij iedereen.” De behandeling met imiquimod duurt lang. Vrouwen brengen de crème zestien weken lang, drie keer per week, vaginaal aan. Uit eerder onderzoek blijkt dat de behandeling werkt bij ongeveer 50 tot 70 procent van de vrouwen. De bijwerkingen kunnen heftig zijn.

“Dat betekent dat een grote groep vrouwen deze intensieve behandeling ondergaat, zonder dat het altijd helpt, maar wel last heeft van die bijwerkingen” zegt Muntinga. “Daarom willen we vooraf beter kunnen voorspellen bij wie het wel werkt.”

Rol van het afweersysteem

In haar promotieonderzoek onderzocht Muntinga of het afweersysteem hierbij een rol speelt. Daarvoor zette ze onder begeleiding van gynaecologen Edith van Esch, Ruud Bekkers en Peggy de Vos van Steenwijk de PRedICT-TOPIC-studie op. In samenwerking met ZonMW en samen met meerdere ziekenhuizen, waaronder Maastricht Universitair Medisch Centrum+ en ErasmusMC.

De eerste, voorlopige resultaten laten zien dat het immuunsysteem in de baarmoederhals belangrijk is. Vrouwen die al vóór de behandeling veel ‘goede’ afweercellen hebben (cellen die kunnen helpen om afwijkende cellen op te ruimen) reageren vaker op de crème. Dit bleek niet alleen belangrijk voor voorstadia van baarmoederhalskanker, maar ook voor voorstadia van vulvakanker die behandeld worden met imiquimod.

“In de studie zagen we dat een goede lokale afweer nodig is”, legt Muntinga uit. “De crème werkt namelijk door dat afweersysteem te stimuleren. Als die basis er al is, heb je meer kans dat de behandeling aanslaat.” In samenwerking met prof. dr. Sjoerd van der Burg uit het Leids Universitair Medisch Centrum ontwikkelen zij een test om dit vooraf te kunnen voorspellen. Omdat de groep nog niet groot genoeg is, loopt de studie nog door, met als doel om uiteindelijk een betrouwbare ‘biomarker’ te vinden.

Als het lukt om te voorspellen wie baat heeft bij imiquimod, kan de behandeling persoonlijker worden. “Dan kunnen we vrouwen gerichter adviseren,” zegt Muntinga. “Voor de één is een crème dan een goed alternatief, voor de ander misschien niet.” Dat kan onnodige behandelingen voorkomen én helpen om operaties te beperken.

Duidelijke voorlichting

Naast het medische onderzoek sprak Muntinga ook met patiënten en zorgverleners hoe de zorg voor deze patiënten verbeterd kan worden. In interviews vroegen de onderzoekers naar ervaringen met de behandeling.

Daaruit kwam een duidelijke boodschap: vrouwen willen duidelijke voorlichting. Vooral over bijwerkingen en over hoe ze de crème moeten gebruiken. Die bijwerkingen komen vaak voor, vooral in de eerste weken. Denk aan lokale klachten, hoofdpijn en vermoeidheid. “Patiënten willen niet alleen horen dát er bijwerkingen zijn, maar ook hoe heftig die kunnen zijn,” zegt Muntinga.  “Als ze dat weten en goed voorbereid zijn, is de kans dat ze de behandeling afmaken een stuk groter.” 

De PRedICT-TOPIC-studie is nog in volle gang. De definitieve resultaten worden later verwacht. Muntinga hoopt dat het uiteindelijk leidt tot betere keuzes in de behandeling. “Het doel is dat we vooraf kunnen zeggen: deze behandeling heeft bij u een grote kans van slagen, of juist niet.” zegt ze. “Dat helpt vrouwen om samen met hun arts de beste beslissing te nemen.”

 

 


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden