Over leven, Eva’s verhalen: Ook met weinig geluid kun je goede gesprekken hebben of grappen maken met elkaar

In de zeventiende aflevering van ‘Over leven, Eva’s verhalen’ vertelt oncologisch verpleegkundige Eva Sliep over de zorg voor een man met slokdarmkanker.

Ik heb avonddienst als ik hem opneem
Hij komt via de eerste hulp met de mededeling dat hij niet meer kan eten en drinken
Ook praten lukt bijna niet meer, alleen fluisteren
Hij heeft zich thuis verslikt

Slokdarmkanker 
Hij heeft de ziekte nu een paar jaar en het is inmiddels uitgezaaid
Als ik hem ga ophalen op de eerste hulp zit er weinig tot geen muziek in hem
Ik zie een man die ontzettend moe is en die niet veel reserve meer heeft
Op zijn botten zit nog weinig vet
Hij is snel kort van adem en staat wat wankel op zijn benen
We spreken af dat hij belt als hij naar de wc moet
Omdat ik ergens toch bang ben dat hij niet stevig genoeg op zijn benen staat en valt
Dat is een contrast met wat ik lees in z’n dossier
Hij is een man die altijd heel sportief is geweest en veel heeft gefietst

Bij de opname geeft hij meteen heel duidelijk aan: ik wil absoluut geen voedingssonde
Die heeft hij eerder gehad en hij vond dat zo naar dat die er nooit meer in komt 
Daarin is hij onwrikbaar
Terwijl hij weggaat voor een onderzoek spreek ik met zijn vrouw en zoon
Ze vertellen me wat de ziekte met hem doet, maar ook wat het met hen doet

Zijn zoon vertelt dat hij naast zijn ouders woont
Zijn vader kwam normaal elke dag langs bij zijn bedrijf
Kopje koffie drinken, rommel opruimen, containers legen, maar dat lukt nu niet meer
Nu houdt hij het vanaf een afstandje in de gaten en dat doet pijn

Zijn vrouw houdt zich sterk
Ze staat in de zorgstand
Moeder, schoonmoeder, oma; zorgzaam
Niet alleen voor hem maar voor iedereen in het gezin
Ik druk haar op het hart dat ze niet moet vergeten om ook goed voor zichzelf te zorgen met alles wat er gebeurt
Ze herkent het, maar dit is nu haar houvast 
De eerste tranen vallen
Ze geeft aan dat ze veel steun ervaart vanuit hun gezin

Als het later op de avond wordt en het bezoek naar huis is, wordt het stiller op de afdeling
Hij ligt samen met een mevrouw op de kamer
Hun ziektebeeld en klachten zijn vergelijkbaar
Zij loopt een paar dagen op hem vooruit en is al eerder deze week opgenomen
Waar hij nu even niks mag eten en drinken, mag zij inmiddels weer haar eerste beschuitje proberen te eten, na eerst niks eten en drinken en daarna vloeibaar
Ze herkennen dingen bij elkaar
Niet alleen fysiek, maar ook zo in het hele proces van ziek zijn
Zij is eind vijftig, hij eind zestig

Ze schuift een stoel naast zijn bed bij het licht van het bedlampje
Ik kom er op zijn voeteneind bij zitten en samen hebben we het erover
Als ik ze vraag naar de krenten in de pap, dan lijken ze ook wat dat betreft op elkaar: hun gezin!
Ze zijn allebei ontzettend trots op hun kinderen en kleinkinderen
Daar genieten ze enorm van

Het zit ‘m in de simpele dingen
Kleuren met je kleinkind bijvoorbeeld
Eigenlijk genieten ze nu nog meer van de kleinkinderen dan destijds van de kinderen
In de periode van de kinderen waren ze vaak druk en moest er van alles zoals werk
Nu hebben ze de tijd om echt in het moment te zijn en ervan te genieten

Telefoons worden tevoorschijn gehaald en trots worden foto’s gedeeld van de gezinnen en de kinderen
Die lijkt op die qua karakter en die weer op de ander qua uiterlijk
Dat is een lieverd en dat is een beetje het boefje van de familie
Allebei hebben ze een grote glimlach op hun gezicht

Maar ja, hun ziekte gooit nu wel roet in het eten
Ze genieten van hun gezin, maar tegelijk is er dat gevoel: ik moet steeds meer inleveren en loslaten
Ben ik nog wel mezelf?
Die twee gevoelens wisselen elkaar steeds af
Op het moment dat je je zo beroerd voelt en je niks kan eten, overheerst dat laatste
Is dit nog kwaliteit?
Waar liggen mijn grenzen?
Hoe lang wil ik hiermee doorgaan?

Maar daartegenover staat dat als je weer wat opknapt en je wat beter voelt, dat het eerste dan weer sterker is
Nog zo lang en zo veel mogelijk samen zijn, de momenten met elkaar, genieten van je gezin
De dagen erna knapt hij inderdaad op
Er zit figuurlijk meer geluid in
Letterlijk kan hij nog steeds niet meer dan fluisteren, maar ook met weinig geluid kun je goede gesprekken hebben of grappen maken met elkaar
Ik roep steeds dat hij mijn favoriete patiënt is
Hij zegt steeds als ik binnenkom: ‘Daar is m’n vriendin!’
Als ik zijn nachtkastje opruim en een voetbalblaadje van Ajax zie liggen, roep ik heel hard dat dat wel even een domper zet op onze goeie band
Hij haast zich om te zeggen dat zijn kleinkinderen allemaal wel voor PSV zijn
Vooruit dan maar
 
Negen dagen ligt hij uiteindelijk opgenomen voordat hij met ontslag gaat
Na zijn chemokuur gaat hij eindelijk weer naar huis
Voeding krijgt hij inmiddels via een infuus rechtstreeks in zijn bloedbaan
Ik zie hem nog net voor ik aan mijn avonddienst begin 
Een contrast met de avonddienst van anderhalve week geleden
Ik krijg nu een grote glimlach, een dikke knuffel en een gefluisterd ‘dank je wel’
En hoewel hij maar zacht praat, hoor ik die hele avonddienst zijn woorden luid en duidelijk in mijn achterhoofd

Het maakt me blij en dankbaar voor dit werk
‘Dank je wel. Het was fijn’

Eva Sliep. Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis
Eva Sliep. Foto: Jarno Verhoef/Catharina Ziekenhuis

Voor Eva Sliep is haar werk als oncologisch verpleegkundige in het Catharina Ziekenhuis meer dan alleen zorg verlenen. Juist tijdens de moeilijke momenten van haar patiënten – wanneer angst, onzekerheid en verdriet het grootst zijn – ziet ze hoe oprechte aandacht en kleine gebaren een verschil kunnen maken. In haar blogs ‘Over leven, Eva’s verhalen’ deelt ze maandelijks haar ervaringen, inzichten en de bijzondere momenten die haar werk zo waardevol maken.

Op 26 januari verscheen een boek van Eva, een bundeling van persoonlijke verhalen. Dat heet ‘Ongeremd delen’.


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden