Radiotherapie

Radiotherapie

040 - 239 64 00

Route: 231

Het Catharina Ziekenhuis heeft als een van de weinige ziekenhuizen in de regio een afdeling Radiotherapie. Per jaar komen op deze afdeling ongeveer 4.000 patiënten voor radiotherapie, dat we vaak bestraling noemen.

De bedoeling van radiotherapie is de zieke cellen (het kankergezwel) onherstelbaar te beschadigen. Radiotherapie kunnen we op twee manieren toepassen: als uitwendige bestraling en als inwendige bestraling. Meestal bestralen we uitwendig. De voorlichtingsfilms geven een goed beeld van de behandelingen.

Radiotherapie in het Catharina Kanker Instituut
De afdeling Radiotherapie staat in het Catharina Ziekenhuis niet op zichzelf, maar is een onderdeel van het Catharina Kanker Instituut. Zorgverleners die gespecialiseerd zijn in kanker werken hier intensief met elkaar samen. De artsen delen met elkaar veel kennis en kunde en werken ook nauw samen met regionale huisartsen en medisch specialisten uit het hele land. Het kan zijn dat u naar het Catharina Kanker Instituut komt voor alle onderzoeken en de behandeling. Het kan ook zijn dat u vanuit een ander ziekenhuis wordt verwezen naar de afdeling Radiotherapie van het Catharina Ziekenhuis voor alleen de bestraling.

Bestraling met protonen
Protonentherapie (bestraling met protonen) is een nieuwe vorm van radiotherapie. Hierbij geven de geladen kerndeeltjes (protonen) bijna hun hele energie af in de tumor. Voor sommige patiënten is het gunstiger om met protonen bestraald te worden. De radiotherapeuten van het Catharina Ziekenhuis bekijken per patiënt of dit het geval is. Het Catharina Ziekenhuis werkt hiervoor samen met Maastro clinic in Maastricht.

Bestraling tijdens de operatie
Als één van de weinige ziekenhuizen in Nederland is het Catharina Ziekenhuis gespecialiseerd in Intra Operatieve Radiotherapie (IORT). Bij IORT kan de radiotherapeut tijdens de operatie een bestraling geven op de plaats waar de tumor is verwijderd. Hierdoor ontstaat zo min mogelijk schade aan de gezonde cellen. Het zijn meestal patiënten met endeldarmkanker of weke delen tumoren die voor deze behandeling in aanmerking komen. IORT is ook mogelijk bij sommige borstkankerpatiënten

Verzorgingsgebied
Het verzorgingsgebied van de afdeling Radiotherapie is het oostelijke deel van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL): vooral Zuidoost Brabant en Noord Limburg. Dit gebied heeft ongeveer 1 miljoen inwoners. Het IKNL heeft de afdeling Radiotherapie van het Catharina Ziekenhuis aangesteld als consulent: de radiotherapeuten adviseren diverse ziekenhuizen in de regio. Ook hebben zij wekelijks spreekuur in een aantal ziekenhuizen die voor radiotherapie verwijzen naar het Catharina Ziekenhuis.

Patiënten waardering

Tevreden patiënt en verpleegkundige

De afdeling Radiotherapie van het Catharina Kanker Instituut behoort volgens patiënten tot de top drie van Nederland. Met name de deskundigheid van het personeel en de omgang met de laboranten worden zeer hoog gewaardeerd. Ook het feit dat patiënten steeds met dezelfde radiotherapeut te maken krijgen en inspraak hebben op het tijdstip van de bestralingsbehandelingen, wordt als bijzonder prettig ervaren. Dat blijkt uit de uitkomsten van de CQ-index (Consumer Quality Index) Radiotherapie; een vragenlijst waarin concrete patiëntenervaringen met zorg worden gemeten.

Onze specialisten

Veel gestelde vragen

  • Nee, dat mag niet. Straling veroorzaakt schade aan cellen, bedoeld om kanker te bestrijden. Anderen dan patiënten mogen tijdens de behandeling niet in de bestralingsruimte aanwezig zijn om schade aan hun gezonde cellen te voorkomen.

  • Nee dat mag niet. Tijdens de bestraling kunt u ter afleiding luisteren naar de radio in de bestralingsruimte.

  • Redenen om een arts te waarschuwen:

    Bij onderstaande klachten dient u nog dezelfde dag uw huisarts of uw radiotherapeut te waarschuwen:

    – Koorts boven 38 graden Celsius
    – Koude rillingen
    – Nieuw ontstaan verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen
    – Langdurige bloedneuzen (langer dan 30 minuten)
    – Het ontstaan van meerdere blauwe plekken, zonder dat u gevallen bent of u hebt gestoten
    – Aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan 30 minuten)
    – Wanneer u niet meer kunt plassen
    – Frequent braken

    Bij onderstaande klachten is het raadzaam na 1 a 2 dagen uw huisarts of uw radiotherapeut te waarschuwen:

    – Aanhoudende diarree – Obstipatie (verstopping)
    – Plotselinge huiduitslag
    – Verandering van pijn (toename of een nieuwe plaats)

    Wanneer u uw behandeld arts wenst te spreken, kunt u contact opnemen met de afdeling radiotherapie: Telefoonnummer: 040 – 239 64 00 Openingstijden op werkdagen: 08:30 tot 17:00 uur

    Buiten kantooruren en in het weekeinde is de dienstdoende radiotherapeut te bereiken via de centrale van het ziekenhuis, telefoonnummer: 040-239 91 11. U kunt dan vragen naar de dienstdoende Radiotherapeut.

  • Dit is van verschillende factoren afhankelijk zoals het te bestralen gebied en de soort tumor. Globaal genomen ligt de bestralingstijd tussen de 5 en 25 minuten per bestralingssessie.

  • Nee, u bent niet radioactief tijdens of na de bestraling. De straling wordt niet in het lichaam opgeslagen.

  • Nee. Tijdens de bestraling zelf mag alleen de patiënt in de bestralingsruimte zijn. Als de bestraling klaar is dan is de straling meteen weg. U wordt niet radioactief van de bestralingsbehandeling.

  • Jazeker, er is geen enkel bezwaar. Als de bestraling klaar is dan is de straling meteen weg. U wordt niet radioactief van de bestralingsbehandeling.

    Dit geldt niet voor bestralingsbehandelingen waarbij een radioactief product ingebracht wordt. Indien dit zo is wordt u daar duidelijk over geïnformeerd.

  • De wachttijd hangt af van de indicatie voor de bestraling. Gemiddeld genomen komt u binnen 2 weken op de afdeling voor het kennismakingsgesprek met de radiotherapeut. Daarna wordt u binnen anderhalve week bestraald .

  • De radiotherapeut stelt aan het begin van de behandeling het aantal bestralingen vast. De duur van de behandeling zegt niets over de ernst van de ziekte.

  • Nee, dat mag niet. Als uw hoofd of hals bestraald wordt, is er een masker nodig om het hoofd goed stabiel te houden tijdens de bestraling. Als het erg oncomfortabel is, kan het nodig zijn dat de houding of manier waarop u op de bestralingstafel ligt, te evalueren. Soms kan het masker aangepast worden.

  • Roken is slecht voor uw gezondheid. Zeker in een periode waarin u ziek bent, raden wij het u sterk af. Het is mogelijk dat roken een negatief effect heeft op de bestraling en dat bijwerkingen toenemen. Daarom adviseren wij u tijdens en na een bestraling niet te roken.

  • Alcohol kan medeveroorzaker zijn van een aantal tumoren. Bovendien is het gebruik van alcohol in combinatie met geneesmiddelen die voorgeschreven worden rond de behandeling niet aan te raden. Voor de meeste bestralingsbehandelingen levert beperkt gebruik van alcoholhoudende dranken geen probleem op. Bespreek dit met uw behandelend arts.

  • Nee, van de bestraling zelf voelt, ziet en ruikt u niets. U hoort tijdens de bestraling alleen het zoemende geluid van het bestralingsapparaat.

  • Het haar valt alleen uit als u op de behaarde huid wordt bestraald. Het terugkomen van het haar is afhankelijk van de dosis die u op het bestraalde gebied gekregen heeft. Uw radiotherapeut kan u hier meer over vertellen.

  • Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestraling en is in dit geval dus geen direct gevolg van uw ziekte. Deze vermoeidheid treedt tijdens de bestralingsbehandeling op en verdwijnt meestal geleidelijk na beëindiging van de behandeling.

  • Zolang u zich fit genoeg voelt, is er geen bezwaar tegen autorijden. Uiteraard is het niet toegestaan aan het verkeer deel te nemen als u gebruik maakt van medicatie die de rijvaardigheid beïnvloeden, bijvoorbeeld bepaalde pijnmedicatie. Indien u op uw hoofd (hersenen) bestraald wordt, is het verstandig uw arts te raadplegen of u mag autorijden.

  • De meeste mensen die worden bestraald, komen poliklinisch en worden dus niet opgenomen in het ziekenhuis.

  • Ja. Indien u gelijktijdig chemotherapie krijgt, kan het soms verstandig zijn om de griepprik korte tijd uit te stellen. Overleg in dit geval met uw oncoloog.

  • Ja. U voelt zelf aan uw lichaam wat u wel en niet kunt doen.

  • Nee, u mag met het bestraalde gebied niet in de zon komen in de periode dat u bestraald wordt.

  • Als u kort geleden bent bestraald, kunt u op het bestraalde gebied beter een kledingstuk dragen. Gebruik een goede zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor. Door de zon kan jeuk optreden en soms ontstaan wondjes. Ook in het eerste jaar na de behandeling is het belangrijk dat u extra voorzichtig bent met zonnen en met het gebruik van een zonnebank.

  • Nee, u mag niet in de sauna.

  • Liever niet. Als u gaat zwemmen in zout water of chloorwater dan kan dat extra irriterend op de huid werken. Door het zwemmen c.q. langdurig in het water zijn, kunnen bovendien  de door ons aangebrachte inktlijnen verdwijnen. De lijnen hebben we nodig om u iedere dag in de juiste houding te kunnen leggen en het bestralingsgebied op te zoeken.

  • Dit is afhankelijk van het gebied waar u bestraald wordt. Bij bestraling van de prostaat raden wij af om lange tochten te maken.

  • Ja. U mag bijvoorbeeld paracetamol gebruiken (niet meer dan de maximale voorgeschreven dagelijkse hoeveelheid). Andere pijnstilling kunt u het beste met uw arts overleggen, zeker als u nog andere medicijnen slikt.

  • Een bestralingsbehandeling die vervroegd gestopt wordt, zelfs al is het maar een paar dagen, is veelal minder effectief dan een volledige behandeling. Ook al valt de behandeling zwaar, is het van groot belang door te zetten en de volledige behandeling te ondergaan. Bij voorkeur wordt de behandeling niet onderbroken.

  • Een bestralingsbehandeling moet binnen een bepaalde maximum tijd afgerond worden. Als onderbrekingen (feestdagen, herstel van een bestralingstoestel) leiden tot overschrijding van de maximum tijd, wordt dit gecompenseerd, bijvoorbeeld door tijdens het weekend te bestralen, door 2 keer per dag te bestralen of door een extra behandeling te geven).

  • Bestralingstoestellen zijn erg delicate systemen.
    Een belangrijke reden van uitval (of storing) is juist een uiterst streng inwendig controlesysteem: bij geringe afwijking of twijfel, wordt het apparaat gedwongen te stoppen met bestralen; veiligheid gaat altijd voor alles. De kwaliteit van de toestellen wordt wekelijks gecontroleerd. De radiotherapeutisch laboranten doen elke ochtend een opstartcontrole.

  • Nee, zeker niet. Er is geen verband tussen de hoeveelheid of ernst van bijwerkingen en de effectiviteit. In aanleg verdraagt de een de behandeling beter dan de ander.

  • Vanwege de privacy is het niet mogelijk u een e-mailadres te geven van een arts of een medewerker. Voor vragen kunt u terecht op ons telefoonnummer radiotherapie: telefoon 040 – 239 64 00 of een email sturen naar inforthwebsite@catharinaziekenhuis.nl.

  • Nee, de berekende bestralingsdosis wordt altijd nagerekend door meerdere deskundige personen. De toestellen worden regelmatig door deskundige mensen gecontroleerd.
    Als de voor u bepaalde bestralingsdosis is gegeven, slaat het toestel automatisch af.

  • Wanneer u een hoge dosis bestraling heeft gehad, kan dit niet meer op hetzelfde gebied in het lichaam herhaald worden. Wanneer we dit wel zouden doen, dan kunnen andere organen, met name het ruggenmerg, onherstelbare schade oplopen. Of u in aanmerking komt voor een nieuwe bestraling is afhankelijk van de hoeveelheid straling die gegeven is, de lengte van de periode tussen de eerste en mogelijk tweede bestraling en het gebied dat voor bestraling in aanmerking komt.

© 2021 Catharina Ziekenhuis - Alle rechten voorbehouden