Wie helpen je?

In totaal werken er meer dan 3000 medewerkers in het Catharina Ziekenhuis. Welke beroepen dat allemaal zijn en wat zij doen, dat lees je hier.

De dokter

De dokter is degene die je onderzoekt om te kijken waarom je je ziek voelt. Dit kan hij of zij op verschillende manieren doen. Hij stelt vragen en hij kijkt, luistert en voelt wat er aan de hand is.

Wat gebruikt hij?

Hij gebruikt daarbij soms ook hulpmiddelen zoals een stethoscoop om naar je hart te luisteren of hij laat je bloed onderzoeken in het laboratorium. Als hij dan weet waarom je je ziek voelt, zoekt hij naar de beste manier om je weer beter te maken. Dat kan bijvoorbeeld een operatie zijn of het geven van medicijnen.


Welke verschillende artsen lopen er rond?

De dokters in het ziekenhuis hebben vaak veel verstand van één bepaald orgaan, lichaamsdeel of ziekte. Zo helpt de KNO-arts patiënten met pijn in de keel, neus of het oor. KNO is dan ook de afkorting van Keel, Neus en Oor. Veel namen van artsen klinken vaak heel moeilijk. Dat komt omdat ze komen uit een oude taal, namelijk Latijn. Een cardioloog is bijvoorbeeld een hartdokter.

Wat is een arts-assistent?

Een arts-assistent is afgestudeerd als arts en wordt in het ziekenhuis opgeleid tot kinderarts. Ze werken onder de verantwoordelijkheid van de kinderarts. Zij komen elke dag langs om al je vragen en die van je ouders te beantwoorden en om je te onderzoeken.

Wat is een Co-assistent?

Een co-assistent zit in de laatste jaren van de studie Geneeskunde. Zij doen ervaring op in het ziekenhuis onder begeleiding van de arts-assistent en de kinderarts. Zij lopen mee met de arts-assistent en komen jou ook elke dag bezoeken en doen soms een onderzoekje, zoals naar hart of longen luisteren.


De verpleegkundige

Met de verpleegkundigen heb je veel contact als je in het ziekenhuis ligt. Zij zorgen dan voor je. Zij geven je bijvoorbeeld medicijnen, helpen je bij het wassen en aankleden, nemen je bloeddruk op en verschonen je wond. Ook kan je bij de verpleegkundige terecht met je vragen.


Wie nog meer?

In ons ziekenhuis werken natuurlijk niet alleen artsen en verpleegkundigen. Er werken nog veel meer mensen die de artsen en verpleegkundigen helpen om je beter te maken. Hieronder geven we je wat voorbeelden:

Pedagogisch hulpverlener

De pedagogisch hulpverlener kan jou en je ouder(s) of verzorger(s) op verschillende manieren helpen. De pedagogisch hulpverlener kan je bijvoorbeeld voorbereiden op een onderzoek of een operatie. Ook kan hij of zij jou helpen als je het moeilijk vindt om in het ziekenhuis opgenomen te zijn. Jij en je ouder(s) kunnen de pedagogisch hulpverlener alle vragen stellen.

Maatschappelijk werker

De maatschappelijk werker praat vooral veel met jouw ouder(s) of verzorger(s). De maatschappelijk werker helpt je ouder(s) of verzorgers bijvoorbeeld om jouw ziekenhuisopname te combineren met hun werk. Ook kunnen je ouders bij de maatschappelijk werker terecht met vragen over geldzaken of andere zorgen.

Kinder- en jeugdpsychologen

Soms kun je jezelf door de opname niet zo fijn voelen. Een kinderpsycholoog kan je bijvoorbeeld helpen als je erg bang bent van de dokter en daar thuis of op school ook last van hebt. Soms kun je ook ergens pijn hebben zonder dat er in jouw  lichaam iets mis is. De kinderpsycholoog zoekt dan uit waardoor dit komt.

Laborant

Een laborant werkt in het laboratorium. In het laboratorium wordt je bloed onderzocht: een bloedonderzoek noemen ze dat. Met behulp van de informatie uit het bloedonderzoek, kan de arts meer te weten komen over je ziekte.

Radioloog

Op de afdeling radiologie werken radiologen. Zij maken röntgenfoto’s van je als de arts dat vraagt. Een röntgenfoto is een foto waarop je niet de buitenkant van je lichaam kunt zien, maar de binnenkant. Op die manier kan de arts op de foto in het midden hieronder bijvoorbeeld zien wat er mis is met je longen.

Fysiotherapeut

Als je been gebroken is geweest of je een spier gescheurd hebt in je been, dan duurt het een aantal weken voordat je weer beter bent. Je hebt dan een hele tijd je been niet kunnen bewegen en dat kan wennen zijn. De fysiotherapeut helpt je als je je niet goed kan bewegen. Hij of zij gaat dan oefeningen met je doen, bijvoorbeeld wandelen of ballen overgooien. Met veel oefenen gaat het bewegen dan weer stukken beter.

Diëtist

De diëtist heeft veel verstand van eten en drinken. Als je ziek bent mag je soms niet alles eten wat je normaal eet. Iemand die bijvoorbeeld aan het hart is geopereerd moet vaak uitkijken met het eten van vet eten zoals friet. De diëtist maakt dan een lijstje van wat je wel en niet mag eten of waar je op moet letten.


En niet te vergeten: de koks, telefonistes...

In ons ziekenhuis werken ook veel mensen die je niet direct helpen om je beter te maken, maar ook heel hard nodig zijn. Denk maar aan onze koks, klusjesmannen, beveiliging en telefonistes.

Koks

De koks maken het eten klaar voor patiënten, bezoekers, maar ook voor alle mensen die in het ziekenhuis werken. Zo bereiden onze koks ongeveer 1500 maaltijden per dag! Je begrijpt dat ze daarvoor heel grote pannen gebruiken.

Voedingsassistenten

Voedingsassistenten komen iedere drie maaltijden brengen: het ontbijt, de lunch en het avondeten (diner). Ook tussendoor komen ze nog vragen of je wat wilt drinken.

Klusjesmannen

Onze klusjesmannen zorgen ervoor dat er niks kapot is in het ziekenhuis. Zij vervangen bijvoorbeeld kapotte lampen of repareren kapotte computers. Ook hangen zij de wegwijsbordjes op in ons ziekenhuis.

Huishoudelijke dienst

De huishoudelijke dienst komt een keer per dag op de kamer schoonmaken.

Beveiliging

Onze beveiligingsambtenaren zorgen ervoor dat het ziekenhuis veilig blijft. Zij lopen rondes door het ziekenhuis, maar ook met behulp van camera's houden zij een oogje in het zeil. Als er brandmeldingen zijn of mensen hebben in het ziekenhuis ruzie, dan komt de beveiliging in actie. Zij doen dan hun best om gewonden te voorkomen, bijvoorbeeld door mensen zo snel mogelijk het ziekenhuis te laten verlaten.

Telefonistes

De telefonistes beantwoorden vragen van mensen die bellen. Natuurlijk weet de telefoniste niet de antwoorden op alle vragen. In dat geval verbinden zij de beller door naar iemand die wel het antwoord op de vraag weet. De telefonistes krijgen wel honderden telefoontjes per dag.