Let op: Wegwerkzaamheden A58 richting Eindhoven: extra reistijd 10-13 juli 2026

Hersentumorcentrum Brabant

Neurologie (Polikliniek)

ma-vr (08.30-16.30)

Route: 085, 087

In het Hersentumorcentrum Brabant bundelen wij behandeling, zorg en onderzoek voor patiënten met een hersentumor in Noord-Brabant.

Logo Hersentumorcentrum Brabant
Het centrum is een samenwerking tussen het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en Instituut Verbeeten in Tilburg.
 

Binnen het Hersentumorcentrum werken specialisten van verschillende afdelingen nauw samen, zoals Neurochirurgie, Neurologie, Radiotherapie, Oncologie, Radiologie, Pathologie, Gamma Knife Centrum (ETZ), Medische Psychologie en Revalidatie. Deze specialisten zijn gespecialiseerd in het onderzoeken en behandelen van patiënten met een hersentumor.
Neurochirurgische operaties vinden altijd plaats in het ETZ. Behandeling met bestraling of chemotherapie hangt af van uw woonplaats.

  • Bestralingen vinden plaats in het Catharina Ziekenhuis of Instituut Verbeeten.
  • Chemotherapie krijgt u in het ETZ of het Catharina Ziekenhuis.
  • Bestraling met de Gamma Knife vindt plaats in het ETZ.

Het Hersentumorcentrum Brabant doet veel wetenschappelijk onderzoek. Dit gebeurt in samenwerking met de afdeling Neuropsychologie van Tilburg University en de Technische Universiteit Eindhoven. Daarnaast neemt het centrum deel aan nationale en internationale studies. Het doel is om de zorg en behandeling voor patiënten met een hersentumor te verbeteren. Het Hersentumorcentrum Brabant werkt samen met andere gespecialiseerde centra in Nederland binnen de Landelijke Werkgroep Neuro-Oncologie (LWNO).

Wat is een hersentumor?

Een hersentumor is een gezwel in de hersenen. Dit ontstaat doordat cellen zich te veel delen. In de hersenen kunnen zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren ontstaan. Goedaardige tumoren groeien niet door in het omliggende weefsel en zaaien niet uit in het lichaam. Kwaadaardige tumoren kunnen ingroeien in het omliggende weefsel en uitzaaien. Kwaadaardige tumoren in de hersenen geven meestal geen uitzaaiingen. Dit is anders dan bij kwaadaardige tumoren elders in het lichaam.
 
Sommige tumoren ontstaan in het hersenweefsel of in de hersenvliezen zelf. Dit noemen we primaire hersentumoren. Ook kunnen er uitzaaiingen (metastasen) in de hersenen ontstaan. Deze komen van kanker ergens anders in het lichaam, zoals longkanker, borstkanker of huidkanker. Dit noemen we hersenmetastasen of secundaire hersentumoren. Hersenmetastasen ontstaan dus niet in de hersenen zelf, maar zijn uitzaaiingen van kanker uit een ander deel van het lichaam. Bij volwassenen zijn uitzaaiingen (metastasen) de meest voorkomende tumoren in de hersenen.
 
De meeste kwaadaardige hersentumoren ontstaan in het steunweefsel van de hersenen. Deze cellen ondersteunen, voeden, beschermen en isoleren zenuwcellen. Deze cellen heten glia-cellen. Een tumor van glia-weefsel heet een glioom. De meeste gliomen zijn kwaadaardig. Tumoren die ontstaan uit de hersenvliezen heten meningeomen. Een meningeoom is meestal een goedaardige tumor.

Onderzoek en diagnose van een hersentumor

Als uw huisarts vermoedt dat er sprake is van een neurologische aandoening of een hersentumor, krijgt u een verwijzing naar een neuroloog. De neuroloog bespreekt uw klachten met u en hoe deze zijn ontstaan en verlopen. Daarna volgt een lichamelijk onderzoek.

Beeldvormend onderzoek (scans)

Bij een vermoeden van een hersentumor laat de neuroloog een CT-scan (Computer Tomografie) of MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) van de hersenen maken. Een hersentumor is vaak herkenbaar op een scan. Met alleen een scan kan de diagnose meestal nog niet met zekerheid worden gesteld. Daarom is meestal ook onderzoek van tumorweefsel nodig om te bepalen om welk type tumor het gaat.

Weefselonderzoek

Voor een definitieve diagnose is tumorweefsel nodig. Een patholoog onderzoekt dit onder de microscoop.
Het afnemen van dit weefsel kan op twee manieren:

  • via een biopsie (een klein stukje weefsel)
  • via een operatie, waarbij (een deel van) de tumor wordt verwijderd

Onze medewerkers

Veelgestelde vragen

  • De klachten die mensen met een hersentumor kunnen ervaren hangen erg af van de plaats binnen de hersenen waar de tumor zit, de grootte en de groeisnelheid van de tumor. Dezelfde klachten kunnen ook optreden bij andere hersenaandoeningen dan hersentumoren. 

    Enkele van de meest voorkomende klachten zijn: 

    • Uitvalsverschijnselen. 

    Indien een tumor  (of het vocht eromheen) het omringende hersenweefsel beschadigt of erop drukt, kan dit weefsel minder goed functioneren. Het gevolg daarvan is dat er uitvalsverschijnselen optreden, zoals verlammingsverschijnselen, moeilijker lopen, problemen met spreken of een deel van het gezichtsveld missen  

    • Veranderingen in denken en karakter. 

     Wanneer de tumor groeit in een neurologisch ‘stil’ gebied, dat wil zeggen een deel van de hersenen waar uitval van functie minder snel opvalt, kan deze enige tijd onopgemerkt groeien.  Er kunnen dan geleidelijk klachten ontstaan van veranderingen in het denken, zoals problemen met aandacht, geheugen of concentratie. Soms ontstaan er karakterveranderingen zoals drukker worden, ongeremd reageren en  sneller geïrriteerd zijn. Het kan ook  zijn dat mensen  juist minder spontaan en vooral trager gaan n reageren , minder emoties  tonen en worden steeds passiever worden. 

    • Epileptische aanvallen 

    Epileptische aanvallen komen in meerdere vormen voor. Bij een aanval kan iemand plotseling vallen en  bewusteloos zijn met strekken en heftig schokken van armen en benen. Soms is een aanval echter beperkt tot kleine schokjes in bv een hand of een kortdurende “afwezigheid”. 

     

    • Hoofdpijn. 

    Wanneer een tumor (en het vocht daaromheen, oftewel oedeem) extra ruimte inneemt, neemt ook de druk binnen de schedel toe. Bij druktoename binnen de schedel kunnen diverse klachten optreden, zoals aanhoudende hoofdpijn, misselijkheid en braken. Als de druk erg hoog wordt, kan sufheid optreden. Lang niet alle hersentumoren veroorzaken hoofdpijn. 

     

    De klachten als gevolg van een hersentumor ontstaan meestal geleidelijk. In een heel enkel geval kan een bloeding in een tumor optreden waardoor klachten ineens ontstaan. Dit kan  het moeilijker maken om de juiste diagnose te stellen, omdat bij het plotseling optreden van neurologische uitval meteen aan een beroerte wordt gedacht. 

  • Gliomen

    Glia-cellen zijn steuncellen in de hersenen. Zij voeden, beschermen, isoleren en ondersteunen de zenuwcellen. Tumoren die uit deze cellen ontstaan, heten gliomen. De meeste gliomen ontstaan uit astrocyten. Dit zijn kleine, stervormige cellen (het Latijnse woord aster betekent ster). Deze tumoren heten astrocytomen. Een kleiner deel van de gliomen ontstaat uit oligodendrocyten. Deze cellen vormen de isolatielaag rond zenuwbanen. Deze tumoren heten oligodendrogliomen.

    Het glioblastoom is het meest voorkomende en ook meest agressieve glioom.

    Gliomen worden ingedeeld op:

    • graad van kwaadaardigheid (graad 2 tot en met 4)
    • moleculaire kenmerken van de tumor

    Meningeomen

    Een meningeoom is een tumor die ontstaat in de hersenvliezen. Deze vliezen zitten rond de hersenen en het ruggenmerg. De tumor zit dus niet in de hersenen zelf, maar kan wel tegen de hersenen aandrukken. In meer dan 90% van de gevallen is een meningeoom goedaardig. Dit betekent dat de tumor op één plek blijft en niet uitzaait.

    Bij 5 tot 7% van de patiënten is er sprake van een atypisch meningeoom. Deze tumor kan:

    • in het hersenweefsel groeien
    • op meerdere plekken in de hersenvliezen terugkomen

    In zeldzame gevallen (1 tot 2%) is een meningeoom kwaadaardig. Een meningeoom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en ontstaat meestal op middelbare leeftijd. De tumor groeit vaak langzaam, waardoor klachten geleidelijk ontstaan.

    Zeldzame hersentumoren

    Sommige hersentumoren komen weinig voor (ongeveer 1 tot 5%). Deze tumoren komen vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen.

    Voorbeelden van zeldzame hersentumoren zijn:

    • ependymoom
    • medulloblastoom
    • kiemceltumoren (germinoom en non-germinoom)

    Een ependymoom ontstaat uit ependymcellen. Deze cellen bekleden de wand van de hersenkamers. De tumor komt daarom vooral voor in en bij de hersenkamers, maar kan ook ontstaan in het ruggenmerg of de onderste ruggenmergwortels.

    Een medulloblastoom ontstaat uit onrijpe zenuwcellen in de kleine hersenen. Deze cellen zijn vaak overgebleven uit een vroeg stadium van de ontwikkeling.

    Een kiemceltumor ontstaat uit kiemcellen. Dit zijn voorlopers van eicellen of zaadcellen. Deze tumoren ontstaan meestal in de teelballen of eierstokken, maar heel soms in de hersenen.

    Primair centraal zenuwstelsel lymfoom (PCNSL)

    Het primair centraal zenuwstelsel lymfoom (PCNSL) is een vorm van lymfeklierkanker. Deze tumor komt alleen voor in het centrale zenuwstelsel, zoals:

    • de hersenen
    • het hersenvocht
    • het ruggenmerg
    • het oog

    Meer informatie

    Voor meer informatie kunt u terecht op: https://hersentumor.nl

  • Radiotherapie (bestraling)

    Uitwendige bestraling (radiotherapie) is een behandeling waarbij een tumor plaatselijk wordt bestraald met straling.

    De straling beschadigt kankercellen. Kankercellen delen zich sneller dan gezonde cellen en zijn daardoor gevoeliger voor straling.
    Hierdoor raakt het erfelijk materiaal (DNA) beschadigd. Bij voldoende schade kan de kankercel zich niet meer herstellen en sterft deze af.

    Door zo gericht mogelijk te bestralen, worden vooral kankercellen beschadigd en blijven gezonde cellen zoveel mogelijk gespaard.

    Soorten bestraling bij een hersentumor

    Er zijn verschillende vormen van bestraling:

    • conformele radiotherapie
    • intensiteit gemoduleerde radiotherapie (IMRT)
    • stereotactische bestraling (precisiebestraling)
    • protonentherapie

    Conformele radiotherapie en IMRT

    Deze behandeling bestaat meestal uit 2 tot 5 stralenbundels die vanuit verschillende richtingen op de tumor worden gericht.
    De bundels worden per patiënt aangepast aan de vorm van de tumor. Dit heet conformele radiotherapie.

    Bij intensiteit gemoduleerde radiotherapie (IMRT) wordt ook de sterkte van de stralenbundels per patiënt aangepast.

    Deze behandelingen vinden plaats in:

    • Instituut Verbeeten
    • Catharina Ziekenhuis

    Stereotactische bestraling (precisiebestraling)

    Bij stereotactische bestraling wordt de tumor zeer nauwkeurig bestraald met smalle stralenbundels uit verschillende richtingen.

    Hierdoor kan een hoge dosis straling worden gegeven in een klein aantal behandelingen.

    Deze behandeling wordt onder andere toegepast bij:

    • uitzaaiingen in de hersenen (hersenmetastasen)
    • tumoren van de hersenvliezen (meningeomen)
    • terugkerende hersentumoren (gliomen)
    • kleine, goedaardige tumoren van de gehoorzenuw

    Stereotactische bestraling kan worden uitgevoerd met:

    • een lineaire versneller
    • de Gamma Knife

    Binnen het Hersentumorcentrum Brabant:

    • vinden behandelingen met een lineaire versneller plaats in Instituut Verbeeten en het Catharina Ziekenhuis
    • vinden behandelingen met de Gamma Knife plaats in het ETZ

    Protonentherapie

    Protonentherapie is een vorm van bestraling waarbij protonen (geladen deeltjes) hun energie vooral in de tumor afgeven.

    Voor sommige patiënten met een langzaam groeiende hersentumor kan deze behandeling voordelen hebben.
    De radiotherapeut beoordeelt per patiënt of protonentherapie geschikt is.

    Voor deze behandeling werken wij samen met:

    • Maastro Clinic in Maastricht
    • Holland PTC in Delft


    Meer informatie over Gamma Knife en bestraling volgt via de juiste pagina’s.

  • Chemotherapie

    Chemotherapie is een behandeling van kanker met medicijnen (cytostatica). Deze medicijnen remmen de snelle deling van kankercellen. Hierdoor kunnen kankercellen zich minder goed vermenigvuldigen en gaan ze uiteindelijk dood. Het doel van chemotherapie is om zoveel mogelijk kankercellen te vernietigen, terwijl gezonde cellen zo min mogelijk worden beschadigd.

    Kankercellen reageren verschillend op medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie van verschillende middelen gebruikt.

    Chemotherapie bij hersentumoren

    Bij een glioblastoom bestaat de behandeling vaak uit een combinatie van bestraling en chemotherapie. De chemotherapie bestaat in de meeste gevallen uit temozolomide.
    Bij laaggradige gliomen worden vaak de volgende schema’s gebruikt:

    • PCV (procarbazine, CCNU [lomustine] en vincristine)
    • temozolomide

    Bijwerkingen

    Bijwerkingen van chemotherapie kunnen onder andere zijn:

    • vermoeidheid
    • een tekort aan bloedplaatjes
    • een tekort aan witte bloedcellen

    Meer informatie vindt u in de patiëntenfolders:

    Patiëntenfolders chemotherapie

    Dexamethason

    Bij een hersentumor ontstaat vaak vocht in de hersenen (oedeem). Hierdoor kan de druk in de schedel toenemen.

    Dit kan klachten geven, zoals:

    • verminderd gevoel of minder kracht in een arm of been
    • problemen met spreken
    • wazig zien
    • hoofdpijn
    • misselijkheid

    Dexamethason is een medicijn dat dit vocht vermindert. Hierdoor nemen de klachten vaak af.

    Meer informatie:
    Dexamethason bij een hersentumor of hersenmetastase(n) – Catharina Ziekenhuis

    Deelname aan onderzoek

    Om behandelingen te verbeteren, wordt onderzoek gedaan naar nieuwe behandelmethoden. Binnen het Hersentumorcentrum Brabant vindt veel wetenschappelijk onderzoek plaats.

    Uw behandelteam heeft contact met andere gespecialiseerde centra in Nederland. Als er studies zijn die mogelijk geschikt zijn voor uw situatie, bespreekt uw arts dit met u.

    Lopende studies

    Bekijk lopende studies (LWNO)

  • Second opinion

    Omdat een hersentumor een ernstige aandoening is, willen veel patiënten extra zekerheid over hun behandeling. U kunt daarom een tweede mening (second opinion) aanvragen. Dit betekent dat een andere arts uw situatie en behandeling beoordeelt.

    U heeft altijd recht op een second opinion.

    Als u dit wilt, kunt u dit bespreken met uw behandelend arts. Deze kan u helpen bij de aanvraag.

  • Psychosociale zorg en begeleiding

    Er verandert veel in het leven van u en uw naasten. In de meeste gevallen krijgt u steun van familie, vrienden en kennissen. Ook uw huisarts en zorgverleners in het ziekenhuis kunnen u begeleiden bij het verwerken van wat er gebeurt. Het is heel normaal als u extra steun nodig heeft. U kunt hiervoor terecht bij uw huisarts of praktijkondersteuner.

    Binnen het Hersentumorcentrum Brabant kunt u begeleiding krijgen van:

    • een medisch maatschappelijk werker
    • een psycholoog

    Begeleiding buiten het ziekenhuis

    Ook buiten het ziekenhuis zijn er mogelijkheden voor ondersteuning.

    IPSO-centra

    Op meerdere plaatsen in Noord-Brabant zijn IPSO-centra (Centra voor leven met en na kanker).

    Hier kunt u terecht voor:

    • een luisterend oor
    • contact met lotgenoten
    • activiteiten gericht op ontspanning en verwerking
    • ondersteuning bij het (her)vinden van fysieke en mentale kracht

    Deze ondersteuning is er niet alleen voor mensen met kanker, maar ook voor mantelzorgers, familieleden en nabestaanden.

    Meer informatie: IPSO-centra

    Care for Cancer

    Care for Cancer biedt persoonlijke begeleiding aan mensen met kanker en hun naasten. De organisatie ondersteunt ook mantelzorgers en werkgevers.

    De consulenten zijn ervaren oncologieverpleegkundigen. Zij:

    • bezoeken u thuis
    • beantwoorden vragen over uw diagnose en behandeling
    • geven praktische tips voor uw situatie thuis en op het werk

    Meer informatie: Care for Cancer

    Revalidatie

    Een hersentumor heeft vaak veel invloed op uw dagelijks leven. Het kan invloed hebben op bewegen, conditie, denken, emoties en gedrag. Hierdoor kunnen beperkingen ontstaan in dagelijkse activiteiten, werk en relaties. Deze beperkingen noemen we Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Het leren omgaan met deze veranderingen kan lastig zijn. Extra begeleiding kan u hierbij helpen. Welke vorm van begeleiding het meest geschikt is, bespreekt u met uw zorgverleners in het ziekenhuis of met uw huisarts.

    Fysiotherapie

    Een oncologiefysiotherapeut begeleidt mensen met kanker bij lichamelijke en psychische klachten.

    Voorbeelden van klachten zijn:

    • verminderde spierkracht
    • conditieverlies
    • vermoeidheid
    • verminderde beweeglijkheid
    • verstoorde lichaamsbeleving

    De fysiotherapeut geeft advies over het opbouwen van uw conditie en het bewaken van uw grenzen. Ook leert u hoe u zelf kunt omgaan met uw klachten.

    Meer informatie:

    Ergotherapie

    Een ergotherapeut helpt u bij dagelijkse activiteiten, zoals zelfzorg, huishouden, werk en ontspanning.

    U krijgt advies over:

    • hulpmiddelen en aanpassingen in huis
    • het verdelen van uw energie
    • omgaan met geheugen- of concentratieproblemen

    Meer informatie:
    Ergotherapie

    Revalidatiearts

    Een revalidatiearts brengt uw beperkingen in kaart en adviseert over verdere behandeling en begeleiding.

    Binnen het Hersentumorcentrum Brabant werken wij samen met Libra Revalidatie.

    (Neuro)psycholoog

    Een neuropsycholoog onderzoekt hoe het gaat met uw denken, emoties en gedrag.

    U kunt begeleiding krijgen bij:

    • geheugenproblemen
    • concentratieproblemen
    • somberheid
    • veranderingen in gedrag

    NAH-begeleiding

    Er zijn ook specialisten die zich richten op Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

    Zij helpen u bij het omgaan met de gevolgen in het dagelijks leven.

    Meer informatie:

    Contact met lotgenoten

    U kunt ook in contact komen met mensen die hetzelfde meemaken. Dit kan helpen bij het delen van ervaringen.

    Meer informatie:
    Hersentumor Vereniging

    Laatste levensfase

    Als genezing niet meer mogelijk is, richt de behandeling zich op het verminderen van klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

    In deze fase is er aandacht voor:

    • lichamelijke klachten
    • psychische ondersteuning
    • sociale aspecten
    • zingeving

    Meer informatie over palliatieve zorg

    Samen beslissen

    Samen beslissen over uw behandeling

    Jong en kanker (AYA)

    AYA staat voor Adolescents & Young Adults: jongvolwassenen met kanker.

  • Gespreksagenda

    Een hersentumor en de behandeling daarvan kunnen veel gevolgen hebben. Deze kunnen uw dagelijks leven beïnvloeden.

    Uw zorgverleners gaan hier graag met u en uw naaste over in gesprek. Zij bespreken uw zorgen en bekijken samen met u de mogelijkheden om klachten of beperkingen te verminderen. Ook zoeken zij samen met u naar oplossingen voor praktische problemen.

    De gespreksagenda helpt u bij de voorbereiding op een afspraak met uw zorgverlener.

    Meer informatie

  • Bijwerkingen van radiotherapie (RT)

    Radiotherapie (bestraling) kan bijwerkingen geven. Niet iedereen krijgt hiermee te maken. Welke klachten u heeft, verschilt per persoon. Dit hangt onder andere af van de plaats van de bestraling, de dosis en uw persoonlijke situatie.
    Veel voorkomende klachten zijn:

    • vermoeidheid
    • haaruitval in het bestraalde gebied
    • huidreacties, zoals roodheid of gevoeligheid
    • hoofdpijn
    • problemen met concentratie of geheugen

    Deze klachten ontstaan meestal geleidelijk tijdens de behandeling of kort daarna.
    Sommige klachten kunnen langer aanhouden. Uw zorgverleners bespreken met u welke klachten u kunt verwachten en wat u kunt doen om deze te verminderen. In veel gevallen nemen de klachten na verloop van tijd weer af.


    Gevolgen voor mijn rijbewijs

    Een hersentumor en de behandeling daarvan kunnen gevolgen hebben voor uw rijgeschiktheid.
    Dit heeft vooral te maken met:

    • veranderingen in het denken of reactievermogen
    • problemen met zien
    • het optreden van epileptische aanvallen
    • vermoeidheid of verminderde concentratie

    In Nederland gelden regels voor rijgeschiktheid bij aandoeningen van de hersenen. Soms mag u tijdelijk niet autorijden. In andere situaties is een medische beoordeling nodig.
    Het is belangrijk dat u dit bespreekt met uw arts. Samen kijkt u wat in uw situatie veilig en toegestaan is. Uw arts kan u zo nodig doorverwijzen voor een medische keuring.
    Rijden is alleen verantwoord als dit veilig is voor uzelf en voor anderen.


    Bijwerkingen van anti-epileptica

    Anti-epileptica zijn medicijnen die worden gebruikt om epileptische aanvallen te voorkómen.
    Deze medicijnen kunnen ook bijwerkingen geven. Niet iedereen krijgt hiermee te maken. De meest voorkomende klachten zijn:

    • slaperigheid of vermoeidheid
    • duizeligheid
    • problemen met concentratie
    • trager reageren
    • stemmingsveranderingen

    Soms kunnen er ook andere reacties optreden, zoals huidklachten of veranderingen in het gewicht.
    Vaak nemen deze klachten na verloop van tijd af, als uw lichaam gewend raakt aan het medicijn.
    Als u last heeft van bijwerkingen, is het belangrijk dit te bespreken met uw arts. Samen kunt u kijken of aanpassing van de dosering of het medicijn mogelijk is.
    Stop nooit zelf met uw medicatie zonder overleg met uw arts.


© 2026 Catharina Ziekenhuis
Alle rechten voorbehouden